Skip to content
Bank - Banque Van Breda

Van groei naar gemoedsrust

De generatieshift in vermogen

Professor Mirjam Knockaert (UGent) over financiële planning, vermogensopbouw en advies doorheen de generaties  

Waarom lijkt geld voor de ene ondernemer vooral een motor om te groeien, terwijl het voor de ander vooral gemoedsrust moet brengen? Hoe kijken verschillende generaties naar financiële planning en vermogensopbouw? Welke ondernemersmindset typeert hen? Wie betrekken ze bij het maken van hun financiële keuzes? We vragen het professor Ondernemerschap Mirjam Knockaert (UGent). Het resultaat? Een boeiend gesprek dat laat zien hoe leeftijd, tijdshorizon en context mee bepalen wat ‘financieel succes’ betekent.  

Mirjam Knockaert

We vallen graag meteen met de deur in huis: hoe gaan de verschillende generaties ondernemers om met vermogen?

Mirjam Knockaert:‘Voor heel wat ondernemers is geld of vermogen niet het primaire doel. Ze starten vanuit een verlangen naar autonomie en onafhankelijkheid: zélf kunnen beslissen, niet afhankelijk zijn van anderen. Dat geldt over alle generaties heen.

Toch verschuift de betekenis van geld met de leeftijd. Jongere ondernemers koppelen financieel succes vaker aan groei en persoonlijke realisatie: geld is een signaal van succes, vrijheid en validatie—maar ook vooral een middel om sneller stappen te zetten. Bij oudere ondernemers krijgt vermogen vaak een andere lading: rust, continuïteit, impact en onafhankelijkheid op langere termijn. Voor jongeren is geld vaker brandstof voor de onderneming. Voor oudere ondernemers is het eerder een vangnet.

Ik refereer graag even naar een Canadees onderzoek naar winnaars van de loterij. Wat bleek uit dit onderzoek? Bij jongeren verhoogt zo’n financiële meevaller de kans op ondernemerschap én zie je dat hun ondernemingen sneller schalen en beter presteren. Bij 55-plussers gebeurt vaak het omgekeerde: het ondernemerschap daalt, en het geld versnelt net de afbouw of stopzetting van de onderneming.

De verklaring is helder: jongeren gebruiken extra middelen om risico’s te nemen en groei mogelijk te maken. Oudere ondernemers ervaren die middelen net als een reden om minder risico te nemen. Geld maakt risico nemen mogelijk bij jongeren, maar maakt risico nemen overbodig bij oudere generaties.’  

 

Wat typeert de ondernemersmindset doorheen de levensloop?

Mirjam Knockaert: De relatie tussen leeftijd en ondernemerschap volgt vaak een omgekeerde U-curve. Jongeren starten gemiddeld minder vaak een bedrijf, net als oudere leeftijdsgroepen. De grootste kans op ondernemen ligt doorgaans in de ‘middenvolwassen’ jaren.

Wat wél verandert doorheen de levensloop is de tijdshorizon en de manier waarop men kansen en risico’s inschat. Jongere ondernemers hebben meer ruimte om te experimenteren, te leren en bij te sturen. De opportuniteitskost van falen ligt lager. Een student-ondernemer investeert zelden gigantische middelen. Het ‘ergste’ dat je kan verliezen is soms bij wijze van spreken je fiets.

Bij oudere ondernemers is ondernemerschap niet minder aantrekkelijk, maar de doelstelling verschuift: minder focus op maximale groei, meer op controle, voorspelbaarheid en continuïteit. De tijdshorizon is korter en de mogelijke impact van falen is groter. Zeker richting pensioenleeftijd.’

Exit kan een manier zijn om middelen op te bouwen die je daarna opnieuw investeert in projecten met nog meer groeipotentieel. Recente tech-exits maken dit scenario tastbaar.

Uit een enquête bij onze klanten bleek dat 1 op 5 Gen Z’ers gestart zijn met ondernemen om de onderneming later te verkopen. De zogenaamde exit-strategie zat al van bij het begin in hun hoofd. Hoe zou jij dit verklaren?

Mirjam Knockaert: ‘De generatie Z maar ook de Millennials zijn opgegroeid met digitale technologie en zien ondernemerschap daardoor vaker in een tech- of platformcontext. Voor hen zijn snelle groeiverhalen veel zichtbaarder en herkenbaarder. Iemand die tien jaar geleden afstudeerde, is geen onbereikbare Bill Gates. Dat is iemand uit hun buurt. En dat werkt inspirerend.

Rolmodellen zijn hierin erg cruciaal: mensen gaan sneller ondernemen als ze in hun omgeving succesvolle voorbeelden zien. In regio’s met veel tech-exits ontstaat bovendien een ‘vliegwiel’: ondernemers exiten, starten opnieuw of worden business angel, en bouwen zo een ecosysteem dat nieuwe generaties aantrekt.

Exit kan een manier zijn om middelen op te bouwen die je daarna opnieuw investeert in projecten met nog meer groeipotentieel. Dat zie je ook bij student-ondernemerschap: vaak starten studenten niet met grote financiële doelstellingen, maar als leerschool, met het oog op een latere onderneming die wél sterk kan schalen. Recente tech-exits maken het scenario tastbaar.

En er is nog een culturele laag. Door sociale media is de vergelijkingsbasis veel groter. Je wordt constant geconfronteerd met andere opties. Daardoor stellen jonge mensen sneller de vraag: is dit wel de beste keuze, of kan het nóg beter?” Die verbrede horizon maakt dat ‘een bedrijf opbouwen voor het leven’ minder vanzelfsprekend wordt dan vroeger.’

Nog een opvallende vaststelling uit de enquête: 1 op 3 Gen Z’ers stapt in de familiale onderneming als opvolger. Hoe jonger, hoe groter de goesting om vader of moeder op te volgen.

Mirjam Knockaert: ‘Dat kan zeker kloppen. Gen Z groeit namelijk op in een wereld met zeer grote onzekerheid. Denk maar aan de economische crisis, de klimaatcrisis, grote geopolitieke onrust. In het familiebedrijf stappen kan dan houvast bieden. Daarnaast is het ook een generatie die belang hecht aan zingeving en verbondenheid met mensen. Ook dit kan hen eerder aanzetten om in een familiebedrijf te stappen.’

Maakt onzekerheid jongeren flexibeler in plannen en investeren?

Mirjam Knockaert: ‘Jonge generaties hebben geleerd om zich aan te passen aan constante verandering. Dat zie je in hun manier van plannen: vaker in scenario’s, opties afwegen en bereid zijn om bij te sturen. Ik weet niet of ik geloof in één vast langetermijnplan. Ze kunnen wel een lange termijnvisie hebben, maar de concrete uitwerking is dynamischer. Als omstandigheden veranderen—denk aan geopolitieke onzekerheid of verstoringen in handel—dan schakelen ze sneller.

Die flexibiliteit is geen gebrek aan planning, maar een andere vorm ervan: rekening houden met factoren buiten de eigen controle en het plan voortdurend actualiseren.’

Mirjam Knockaert

In hoeverre verandert de manier van financieel advies inwinnen doorheen de generaties?

Mirjam Knockaert: ‘De jongere generatie is opgegroeid in een self-service wereld. Ze boeken zelf reizen, beheren zelf beleggingen, zoeken informatie via apps en tools. Banken hebben die beweging richting zelfredzaamheid mee aangewakkerd. Bij oudere generaties was er vaker één vaste vertrouwenspersoon (bankier, huisarts, adviseur) die vlot bereikbaar was en op wie men steunde.

Tegelijkertijd verwacht ik dat de behoefte aan menselijk advies opnieuw zal groeien van zodra ondernemingen en vermogens complexer worden. Als je 200% met je bedrijf bezig bent, kan je onmogelijk óók alle kennis opbouwen om je privévermogen optimaal te beheren. Dan heb je iemand nodig die je situatie kent—je bedrijf én je gezin—en de juiste vragen stelt. Zelfs met AI blijft dat volgens mij essentieel: AI kan een richting geven, maar je moet het nog altijd zelf voeden, interpreteren en uitvoeren. Een vertrouwenspersoon brengt houvast, nuance en opvolging.’  

 

Je kan niet alles zelf doen, maar je moet wél begrijpen wat je cijfers vertellen.

Wat zijn rode vlaggen die aantonen dat je als ondernemer te lang zonder klankbord werkt, of net te afhankelijk bent van adviseurs?

Mirjam Knockaert: ‘Als je cijfers je verrassen, is dat een alarmsignaal. Ook wanneer je financiële beslissingen vooral uit noodzaak neemt—omdat een snelle beslissing zich opdringt—werk je te veel reactief. Een tweede rode vlag: als je je beslissingen niet meer kan uitleggen zonder je adviseur, of het moeilijk vindt om nog keuzes te maken zonder eerst te overleggen.

Als ondernemer hoef je niet alles zélf te doen, maar je moet wél inzicht hebben in de kerncijfers en de financiële logica van je zaak. Als iemand zegt: daar kan ik niet op antwoorden zonder mijn boekhouder, dan vind ik dat een probleem. Doe het samen met je adviseur, maar geef het niet helemaal uit handen.’

Wat zijn volgens u de eerste drie financiële gewoontes die elke ondernemer vroeg moet installeren, ongeacht de leeftijd?

Mirjam Knockaert: ‘Focus op liquiditeit is voor mij zonder twijfel nummer één. Bedrijven gaan niet in de eerste plaats failliet omdat ze niet rendabel zijn, maar omdat er geen cash meer is om schuldeisers te betalen. Zorg ervoor dat je als ondernemer goed over je cash waakt, of dat je oplossingen hebt om tekorten op te vangen. Kijk dus niet alleen naar je resultatenrekening, maar vooral naar je cashflow en je ‘cash burn’. Daarnaast is het een must om ook financieel privé en bedrijf gescheiden te houden. In het begin lopen onderneming en ondernemer vaak door elkaar—zeker als je jezelf weinig uitkeert. Maar net dan is het belangrijk om grenzen te trekken: voor duidelijkheid, voor bescherming van je privévermogen én voor geloofwaardigheid richting investeerders. En tot slot: maak van je financiële planning een dynamisch instrument. Een financieel plan ‘omdat het moet’ is niet genoeg. Gebruik het als stuurinstrument: wat zijn de parameters die je succes bepalen, welke aannames kloppen (niet), en wat betekent dat voor je beslissingen? Hetzelfde geldt voor vermogensplanning: je situatie evolueert, dus je plan moet mee bewegen. En vooral: Je kan niet alles zelf doen. Laat je begeleiden door mensen die er echt iets van kennen. Deze drie fundamenten worden in de praktijk nog te vaak onderschat.’

Wanneer is het te vroeg om al aan persoonlijke vermogensopbouw te doen?

Mirjam Knockaert: ‘Het is sowieso te vroeg wanneer je onderneming nog geen stabiele cashflow heeft. Je wil niet dat je persoonlijke vermogensopbouw de overlevingskansen van het bedrijf ondergraaft. In de eerste fase is het vaak logisch dat ondernemers zichzelf weinig uitkeren en middelen in de onderneming houden.

Zodra de onderneming voorspelbaarder wordt en je effectief middelen kan onttrekken, is het wél het moment om na te denken over privévermogen. En dan kan je er eigenlijk niet vroeg genoeg mee beginnen. Vroeg starten geeft tijd. En tijd is een van de sterkste hefbomen in vermogensopbouw.’

 Generaties verschillen niet alleen in leeftijd, maar vooral in tijdshorizon, context en de rol die geld speelt in het ondernemerschap. Jongere ondernemers zien vermogen sneller als brandstof om te groeien en kansen te grijpen. Oudere ondernemers koppelen het vaker aan rust, continuïteit en onafhankelijkheid. Wat wel constant blijft, is de nood aan houvast: inzicht in je cijfers, discipline rond liquiditeit, duidelijke grenzen tussen privé en bedrijf, en een plan dat meegroeit met je leven en je onderneming.  

Krijg nieuwe inzichten over ondernemen over generaties heen

Duik in alle interviews rond generatieverschillen bij ondernemers.

Ga naar het overzicht