Vrij of veilig? App of bankier?
Zo bouwen generaties ondernemers hun vermogen op
Achter de woorden vrijheid en veiligheid schuilt vaak dezelfde wens: voldoende financiële ruimte hebben om zelf richting te geven aan je toekomst. Volgens Ben Granjé, CEO van VFB (de Vereniging van Individuele Beleggers in België), verschillen generaties daarin minder van elkaar dan het soms lijkt. Niet leeftijd, maar vooral ervaring, context en levensfase kleuren hun keuzes. Hoe dat zich vertaalt naar beleggen en vermogensopbouw, vertelt hij ons graag zelf.
Vrijheid en veiligheid
Waar zie jij vandaag de grootste verschillen tussen generaties als het over beleggen en vermogensopbouw gaat?
Ben Granjé: ‘De grootste verschillen zitten volgens mij minder in de generatie op zich dan in de levensfase en de ervaringen die iemand al heeft opgebouwd. Jongere ondernemers spreken vaker over vrijheid, opportuniteiten en snelheid. Oudere ondernemers hebben het sneller over bescherming, continuïteit en overdracht. Maar uiteindelijk draait het bij allebei om hetzelfde: financiële ruimte creëren om keuzes te kunnen maken. Alleen gebruiken ze daar een andere taal voor.’
Onze enquête suggereert dat jongere ondernemers eerst investeren in de groei van hun onderneming en pas later starten met privé-vermogensopbouw. Herken je dat?
Ben Granjé: ‘Ja, dat herken ik zeker. Voor veel jonge ondernemers is hun onderneming in de eerste jaren hun belangrijkste investering. Dat is ook logisch: daar ligt hun energie, hun ambitie en vaak ook hun grootste hefboom. Alleen schuilt daar een risico in. Wie te lang alles in de zaak laat zitten, bouwt buiten die onderneming weinig buffer of spreiding op. Meestal zie je pas een kantelpunt zodra er wat meer stabiliteit komt: wanneer de cashflow voorspelbaarder wordt, er personeel is, of de ondernemer voelt dat hij of zij niet alles meer op één paard wil zetten.’
Verschilt ook hun horizon? Denken jongere ondernemers korter of net langer dan oudere generaties?
Ben Granjé: ‘Dat hangt sterk af van de mens achter de ondernemer. Je zou verwachten dat jongeren automatisch langer denken, omdat ze meer tijd voor zich hebben. Maar in de praktijk spelen ervaring, opvoeding en levensgebeurtenissen minstens even hard mee. Wie al vroeg heeft meegemaakt dat zekerheden snel kunnen wegvallen, kan net veel meer nood hebben aan veiligheid. Of net het tegenovergestelde: de overtuiging ontwikkelen dat je vandaag moet handelen en morgen wel ziet. Daardoor zijn generatieverschillen nooit zwart-wit. Ze worden altijd mee gevormd door het parcours dat iemand heeft afgelegd.’
Vertrouwd of nieuw
Zie jij duidelijke generatieverschillen in de manier waarop ondernemers hun geld beleggen?
Ben Granjé: ‘Ja, al moet je opletten voor clichés. Jongere ondernemers zijn vaak vertrouwd met digitale tools en komen sneller in aanraking met ETF’s, fondsen of beleggingsapps. Dat maakt de stap naar de beurs kleiner. Oudere generaties voelen zich dan weer vaker comfortabeler bij vastgoed, cashbuffers of klassieke pensioenopbouw. Maar ook daar zie je nuance. Het verschil zit vandaag soms minder in het product dan in de toegang ertoe. Jongeren beleggen niet noodzakelijk in totaal andere zaken; ze doen het vaak gewoon via andere kanalen en met een andere vanzelfsprekendheid.’
Hoe kijken verschillende generaties naar vastgoed en naar spreiding?
Ben Granjé: ‘Vastgoed blijft voor veel ondernemers een heel tastbare en vertrouwde belegging. Vooral bij oudere generaties leeft nog sterk het idee dat bakstenen zekerheid bieden. Jongere generaties staan daar soms pragmatischer in: zij zien vastgoed niet altijd automatisch als de evidentste eerste stap. Tegelijk kampen ondernemers over alle generaties heen vaak met concentratierisico. Ze hebben al veel vermogen, emotie en toekomst in hun bedrijf zitten. Als daar dan nog vooral vastgoed bijkomt, blijft de spreiding soms beperkt. Net daarom is het belangrijk om ook buiten de onderneming en buiten één activaklasse te leren denken.’
Alles in de onderneming
Welke fouten zie je daarin het vaakst terugkeren?
Ben Granjé: De klassieke fout is te lang alles in de onderneming houden, alsof die zaak automatisch ook de volledige pensioen- en vermogensstrategie moet dragen. Dat hoeft niet zo te zijn. Anderzijds zie je soms ook dat ondernemers te vroeg middelen uit hun bedrijf halen, waardoor ze groeikansen missen. Het komt erop aan om op tijd een evenwicht te vinden: blijven investeren in de motor van je bedrijf, maar tegelijk ook privé een buffer en een vorm van spreiding opbouwen.’
Doelen doorheen de tijd
Waarvoor bouwen ondernemers vandaag vermogen op? En in hoeverre verschilt dat naargelang de generatie?
Ben Granjé: ‘Ook daar zie je andere accenten. Jongere ondernemers spreken vaker over financiële vrijheid, flexibiliteit of de mogelijkheid om op termijn nieuwe keuzes te maken. Oudere generaties focussen vaker op behoud, pensioen en overdracht. Maar opnieuw: die doelen liggen dichter bij elkaar dan het soms lijkt. Vrijheid en veiligheid zijn geen tegenpolen. Wie vermogen opbouwt, wil in wezen grip krijgen op de toekomst. Alleen verschuift de invulling daarvan naarmate mensen ouder worden of hun familiale context verandert.’
Welke rol speelt een familiale context daarin, bijvoorbeeld wanneer kinderen mogelijk in het bedrijf stappen?
Ben Granjé: ‘Dat verandert veel. Zodra overdracht een realistisch scenario wordt, verschuift de blik vaak van groei naar continuïteit. Ondernemers gaan dan anders kijken naar liquiditeit, bescherming en structuur. Ze stellen zich vragen als: hoe zorg ik dat mijn kinderen opties hebben, zonder hen vast te zetten? Hoe maak ik mijn vermogen overdraagbaar? En hoe voorkom ik dat alles te sterk samenhangt met de toekomst van één onderneming? Dat soort vragen duwt ondernemers meestal vanzelf in de richting van meer spreiding en meer planning.’
Groei en wendbaarheid
Bij sommige jongere ondernemers leeft het idee van een expliciete exit-strategie al van bij de start. Zie je dat ook terug in hun financiële gedrag?
Ben Granjé: ‘Ja, bij een deel van de jongere generatie is ondernemen soms explicieter verbonden met een scenario van opbouwen en op termijn verkopen. Dat exit-denken beïnvloedt ook hun financiële gedrag. Sommigen gaan daardoor offensiever denken, omdat ze snelheid willen maken. Anderen houden net meer liquiditeit aan, omdat ze kansen willen kunnen grijpen of flexibel willen blijven. Op zich is dat niet problematisch, zolang het gepaard gaat met realisme. Een exit is geen zekerheid, en snel vermogen opbouwen blijft vaak minder lineair dan op sociale media wordt voorgesteld.’
Welke misverstanden zie je vandaag het vaakst, zeker bij jonge ondernemers?
Ben Granjé: ‘Dat vermogen snel en bijna vanzelf kan groeien, bijvoorbeeld. Of dat wie genoeg informatie heeft, automatisch ook betere beslissingen neemt. In de praktijk blijft beleggen altijd een combinatie van kennis, discipline en zelfinzicht. Daarnaast bestaan ook oudere mythes nog altijd: cash zou veilig zijn, vastgoed zou niet kunnen dalen, ETF’s zouden speculatief zijn. Elke generatie heeft zijn eigen overtuigingen, maar ze hebben één ding gemeen: ze vereenvoudigen een realiteit die veel complexer is.’
Keuzes voor later
Op wie of wat steunen ondernemers vandaag wanneer het over beleggen en vermogensopbouw gaat?
Ben Granjé: ‘Ook daar zie je een mix. Oudere generaties vertrouwen vaker op hun bankier, accountant of een vast netwerk van adviseurs. Jongere ondernemers combineren dat sneller met online informatie, tools, community’s en soms ook influencers. Dat hoeft geen probleem te zijn. Zelf informatie opzoeken en begrijpen wat je doet, is net positief. Alleen ontstaat het risico wanneer zelfsturend beleggen verward wordt met alleen beleggen. Dan ontbreekt soms de kritische spiegel die nodig is om fouten, blinde vlekken of overdreven zelfvertrouwen te corrigeren.’
In welke mate worden ondernemers in hun gedrag gestuurd door de bredere context, bijv. rente, inflatie, fiscaliteit of regelgeving?
Ben Granjé: ‘Die context speelt absoluut mee, maar opnieuw zie je dat niet iedereen die op dezelfde manier leest. Voor de ene ondernemer bevestigt hogere rente het belang van cash en voorzichtigheid. Voor de andere is inflatie net een extra argument om geld aan het werk te zetten. Fiscaliteit en regelgeving sturen gedrag uiteraard ook mee, zeker wanneer ondernemers nadenken over pensioenopbouw, vennootschap versus privé of overdracht. Alleen mag fiscaliteit nooit het enige kompas zijn. Een goede strategie vertrekt nog altijd vanuit doelstellingen, risicobereidheid en spreiding — niet alleen vanuit het fiscale voordeel van het moment.’
Als je één misvatting over generatieverschillen in beleggen zou willen nuanceren, welke zou dat dan zijn?
Ben Granjé: ‘Dat jongeren roekeloos zijn en ouderen per definitie verstandig. Zo simpel is het niet. Wat we generatieverschillen noemen, zijn vaak verschillen in context, ervaring en woordgebruik. De ene spreekt over vrijheid, de andere over veiligheid, maar allebei zoeken ze in wezen hetzelfde: voldoende grip op hun financiële toekomst om keuzes te kunnen maken. En precies daar begint goede vermogensopbouw.’
Krijg nieuwe inzichten over ondernemen over generaties heen
Duik in alle interviews rond generatieverschillen bij ondernemers.
Ga naar het overzicht