Bekijk eerst ons artikel: De nieuwe meerwaardebelasting: een stand van zaken.
Binnen het algemene regime geldt een vast tarief van 10% op de gerealiseerde meerwaarden, met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro. Maakt u van deze vrijstelling geen gebruik, dan komt daar gedurende vijf jaar telkens 1.000 euro per jaar bij tot een maximum van 15.000 euro vrijstelling.
In de wetgeving is momenteel voorzien dat deze vrijstellingsbedragen geïndexeerd worden.
De vrijstelling geldt per persoon. Voor gehuwde koppels of wettelijk samenwonenden die een gezamenlijke belastingaangifte indienen, kan de vrijstelling oplopen tot 20.000 euro. (of 30.000 euro om de 5 jaar)
Er is wel een belangrijk verschil tussen koppels met scheiding van goederen en koppels met gemeenschap van goederen:
Standaard geldt de Opt-in: Belgische banken en brokers houden automatisch 10% belasting in op de gerealiseerde meerwaarde bij verkoop van een financieel actief. Dit betekent dat u in principe niets extra hoeft te doen voor deze inhouding.
Daarnaast is er een Opt-out voorzien. Als u hiervoor kiest, zal uw bank of broker geen belasting inhouden. In dat geval bent u verplicht om alle meer- en minderwaarden van het jaar zelf te rapporteren in uw personenbelasting. Dit kan administratief complex zijn, omdat u een volledig overzicht van uw transacties moet bijhouden.
Voor activa die niet via een bank of broker worden verhandeld (bijvoorbeeld crypto of goud) geldt altijd aangifte via de belastingaangifte.
Belangrijk: Hoe deze Opt-in en Opt-out in de praktijk zullen worden toegepast, is momenteel nog niet duidelijk.
Minderwaarden verrekenen of vrijstellingen toepassen kan uitsluitend via de belastingaangifte. Banken en brokers houden hier geen rekening mee, omdat zij per transactie belasting inhouden.
Heeft u hetzelfde aandeel of financieel instrument op verschillende tijdstippen gekocht en op verschillende tijdstippen verkocht dan wordt het Fifo principe (first in, first out) gebruikt. De meerwaarde wordt dus berekend ten opzichte van de aandelen die u al het langst in bezit hebt gehad.
Bovenop deze regels wordt voor verkopen tot 31/12/2030 voorzien in een overgangsregeling. De waardebepaling voor historische portefeuilles zou immers nadelig kunnen zijn door enkel te fixeren op de datum 31/12/2025. In deze gevallen mag u teruggrijpen naar een eventueel hogere aankoopkoers om zo uw meerwaarde te bepalen. 31/12/2030 is dus een datum om nauwlettend in het oog te houden.
Het lijkt ons geen juist advies om uw beleggingslogica louter en alleen af te stemmen op de meerwaardebelasting. Stel dat u beslist om uw belegging gespreid over 2 kalenderjaren te verkopen met als enige motief om optimaal gebruik te maken van de vrijstelling van 10.000 euro per jaar. Wat dan als tussen deze twee verkoopmomenten uw belegging in waarde daalt en deze daling groter is dan de mogelijk uitgespaarde belastingen?
Uiteraard neemt dit niet weg dat er binnen uw beleggingsstrategie een aantal overwegingen mogelijk zijn rond scharnierdata, minwaarden en eventuele timing van aan- en verkopen. Houd bij uw berekeningen ook rekening met mogelijke extra transactiekosten. Net zoals beleggingsadvies een individueel en gepersonaliseerd verhaal is, is dat ook zo met deze nieuwe belastingsvorm.
|
|