Blog Bank Van Breda

Vennootschap of privé: wie wint het fiscale spel vandaag?

Geschreven door Thomas de Bruin | 20-mrt-2026 10:54:32

Heel wat zelfstandigen zien hun vennootschap als een fiscale buffer: een plek waar inkomsten en winsten kunnen blijven staan tot het ‘juiste moment’ om ze te benutten. De redenering is bekend: hoe langer je wacht met uitkeren, hoe lager de belastingdruk. Ook wij adviseren vaak om beschikbare middelen via de vennootschap te beleggen, liever dan ze ongebruikt te laten staan. Maar klopt die logica vandaag nog nu de fiscale spelregels veranderen? Is beleggen via de vennootschap nog altijd voordeliger dan privé, of verschuift het evenwicht? We leggen beide pistes graag even naast elkaar!

Eerste voorbeeld: Belegging via een termijnrekening

Hierop is geen enkele wetswijziging van toepassing. 

Stel dat een ondernemer 100.000 euro beschikbaar heeft. Keert hij dat bedrag eerst uit naar zijn privé en zet hij het daarna vijf jaar op een termijnrekening met 2,30% rendement, dan houdt hij na belastingen 88.912 euro over. We gaan daarbij uit van een ‘gemiddelde’ roerende voorheffing van 18%* op dividenden.

Laat de ondernemer dat geld daarentegen in de vennootschap zitten en belegt de vennootschap het bedrag zelf op een termijnrekening, dan blijft er na vijf jaar netto 89.405 euro over bij uitkering. Dat is ongeveer 493 euro meer.

Conclusie: In dit scenario levert beleggen via de vennootschap een licht hoger nettoresultaat op dan eerst uitkeren naar privé.

* Volgens het nieuwe voorstel van de arizonaregering, dat nog niet is goedgekeurd, zou de roerende voorheffing voor de twee systemen, VVPR-bis en -ter, op 18% worden gebracht. Voor de VVPR-bis-dividenden zal dat op de uitkeringen van toepassing zijn vanaf het moment dat de wet wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Voor liquidatiereserves zal het van toepassing zijn op de reserves aangelegd vanaf 31 december 2025.

Tweede voorbeeld: Belegging in DBI-beveks

De Arizonaregering wil vanaf 1 januari 2026 een nieuwe belasting invoeren op meerwaarden voor particulieren. Dit betekent concreet: wie winst maakt bij de verkoop van financiële activa (in zeer ruime zin), zou daar 10% belasting op betalen. De regeling is voorlopig nog niet goedgekeurd en dus nog niet van kracht. Er zou wel een vrijstelling zijn: de eerste 10.000 euro winst per jaar en per belastingplichtige** blijft belastingvrij.

Daarnaast komt er ook een nieuwe belasting voor vennootschappen die investeren in een DBI bevek. Wanneer zulke aandelen met winst worden verkocht aan een derde partij, zou die meerwaarde voortaan belast worden aan 5% via de vennootschapsbelasting. Worden de aandelen terug ingekocht door de DBI bevek zelf – wat meestal de bedoeling is – dan geldt die belasting niet.

Wat is een DBI-Bevek? Een DBI bevek is een beleggingsfonds waarmee een vennootschap fiscaalgunstig in aandelen kan beleggen.

Stel dat een ondernemer 100.000 euro ter beschikking heeft. Keert hij dat bedrag eerst uit naar zijn privé en belegt hij het daarna vijf jaar in een DBI-bevek met een rendement van 5%, dan houdt hij na vijf jaar 103.390 euro over. Daarbij houden we rekening met 18% roerende voorheffing op het dividend en met de vrijstelling op de eerste 10.000 euro winst.

Laat de ondernemer dat geld daarentegen in de vennootschap zitten en belegt de vennootschap het bedrag zelf in een DBI bevek, dan ontvangt hij bij uitkering na vijf jaar netto 104.655 euro. Dat is 1.265 euro meer.

Beleggen via de vennootschap blijft ook vandaag zinvol, ondanks de veranderingen in de fiscaliteit. Zowel bij een termijnrekening als bij een DBI bevek levert het meestal iets meer op om het geld eerst in de vennootschap te laten groeien en pas later uit te keren.

De nieuwe regels – zoals de mogelijke meerwaardebelasting voor particulieren en de aparte belasting voor DBI beveks in een vennootschap – doen dat voordeel dus niet verdwijnen. Al blijft het wel belangrijk om elke situatie apart te bekijken en de fiscale ontwikkelingen goed op te volgen.

De beste aanpak is daarom een doordachte combinatie van fiscale keuzes, voldoende beschikbare middelen en duidelijke persoonlijke vermogensdoelstellingen. In afwachting van verdere wetswijzigingen blijft een verstandig gebruik van de beschikbare middelen binnen de vennootschap vaak een logische keuze.

Conclusie: Ook hier blijkt dat beleggen via de vennootschap een iets beter resultaat oplevert dan eerst uitkeren naar privé.

 **De drempel van 10.000 euro (jaarlijks geïndexeerd bedrag) kan met maximaal 1.000 euro (jaarlijks geïndexeerd bedrag) stijgen per jaar waarin de vrijstelling niet wordt gebruikt, tot een maximum van 15.000 euro.

Wat toont deze vergelijking aan?

Beleggen via de vennootschap blijft ook vandaag zinvol, ondanks de veranderingen in de fiscaliteit. Zowel bij een termijnrekening als bij een DBI bevek levert het meestal iets meer op om het geld eerst in de vennootschap te laten groeien en pas later uit te keren.

De nieuwe regels – zoals de mogelijke meerwaardebelasting voor particulieren en de aparte belasting voor DBI beveks in een vennootschap – doen dat voordeel dus niet verdwijnen. Al blijft het wel belangrijk om elke situatie apart te bekijken en de fiscale ontwikkelingen goed op te volgen.

De beste aanpak is daarom een doordachte combinatie van fiscale keuzes, voldoende beschikbare middelen en duidelijke persoonlijke vermogensdoelstellingen. In afwachting van verdere wetswijzigingen blijft een verstandig gebruik van de beschikbare middelen binnen de vennootschap vaak een logische keuze.