test

Vastgoed kopen en gebruiken binnen de associatie

Vaak koopt de associatie een onroerend goed voor de uitoefening van de praktijk. Dat kan privé of via een vennootschap.

Verhuren onroerend goed aan vennootschap

Wanneer de bedrijfsleider (vaak een vrij beroep, al dan niet samen met de partner) een onroerend goed verhuurt, zal hij dit gedeeltelijk verhuren aan de vennootschap. Deze laatste betaalt hiervoor een huur. De huur die de bedrijfsleider mag aanrekenen is beperkt om nog gecatalogeerd te kunnen worden als onroerend inkomen.

Als u deze grens overschrijdt, zal het surplus geherkwalificeerd worden als een beroepsinkomen. Dit leidt tot een hogere fiscale druk en eventuele hogere bijdragen voor sociale zekerheid. Bovendien mag u de interesten van een hypothecaire lening niet in mindering brengen van zo een geherkwalificeerd inkomen.

In het kader van samenwerkingsverbanden koopt een vennootschap vaak onroerend goed aan via een zogenaamde patrimoniumvennootschap. Dit biedt het voordeel dat u makkelijker aandelen kan transfereren, aandeelhoudersovereenkomsten afsluiten, enz. Vastgoed via de vennootschap verwerven, heeft voor en nadelen. Onderschat zeker de nadelen op lange termijn niet. Daarom is fiscaliteit hier zo belangrijk.

De impact van de BTW

Een voorbeeld ter illustratie

Twee artsen wensen zich te associëren. Eén arts bezit het nodige materieel en rekent de andere arts of de associatie een vergoeding aan voor het gebruik ervan. Op de vergoeding is in principe BTW verschuldigd. Hetzelfde geldt wanneer u personeelskosten onderling doorfactureert. Het gevolg is dat de kosten stijgen voor de meeste artsen. Want zij kunnen in de meeste gevallen de betaalde BTW niet recupereren.

De BTW kan u vermijden wanneer u te maken hebt met een kostendelende vereniging. Maar dat is niet altijd het geval. Er bestaat echter ook nog een andere vrijstelling.

Vrijstelling van BTW voor kleine ondernemingen Wanneer de gerealiseerde ontvangsten niet meer bedragen dan 25.000 euro (exclusief BTW) op jaarbasis kan u opteren voor de vrijstellingsregeling. In dit geval is de onderlinge facturatie niet aan de BTW onderworpen. Dit kan het BTW-probleem mogelijk oplossen. Dat bedrag ligt laag, maar de meeste medische prestaties zijn vrijgesteld van BTW. Ze wegen niet door in het bereiken van de grens van 25.000 euro.

De BTW is er niet eenvoudiger op geworden. Tot vorig jaar was het relatief eenvoudig voor kostendelende verenigingen (associaties). Ze kochten samen een medisch apparaat en deelden ook het gebruik ervan. De vraag rees toen ook al of er op die kosten geen BTW verschuldigd was. Eind 2016 is hierin wel wat gewijzigd. Vanaf nu beschouwt de BTW-administratie de kostendelende verenigingen als ‘zelfstandige groeperingen’ en kan het verder zonder BTW.’ Alleen indien u aan bepaalde strikte voorwaarden voldoet, moet u geen BTW betalen op de doorgerekende kosten.

  • Bij de start van de associatie, al dan niet met rechtspersoonijkheid, moet u aangifte doen bij het BTW-kantoor. Daarbij voegt u de benaming, ledenlijst en hun activiteit.
  • Nieuwkomers en vertrekkers moeten zich binnen de maand aan de BTW melden.
  • De melding van stopzetting van de groepering is verplicht.
  • De leden van de groepering moeten jaarlijks een gedetailleerde afrekening ontvangen.
  • De facturatie van leveranciers gebeurt enkel aan de groepering, niet aan de leden.
  • Bij groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid moet in de overeenkomst staan wie de associatie beheert en wie de BTW-verplichtingen opvolgt.

donderdag 17 mei 2018