test

Macro-economische update: "June really is the end of May…”

Mei 2019. Het heeft lang geduurd, maar uiteindelijk zat de emmer der vernedering vol en houdt Brits premier May het definitief voor bekeken. Op 7 juni treedt ze af.

Noch oppositieleider Corbyn, noch de Noord-Iers bondgenoten van DUP, noch de eigen zwaargewichten binnen de conservatieve partij konden haar aangepaste Brexit-akkoord smaken. Het plan om dit voorstel een vierde keer aan het Britse parlement voor te leggen, viel al snel in duigen. Het finale nekschot werd gelost door de voorzitter van het 1922 comité, een belangrijke groep conservatieve backbenchers. In naam van het volledige comité, werd May gevraagd om op te stappen.

Een zoveelste wending in de Brexit-saga, de opnieuw oplaaiende handelsoorlog tussen de VS en China en de opnieuw lagere groeivooruitzichten, hadden gevolgen op beurzen en rentes wereldwijd. Beleggers zochten wederom de veilige havens op, waardoor de rentes traag maar zeker verder wegzakten naar de dieptepunten van 2016. De Belgische 10-jaarsrente duikt stevig onder de 0,30% en ook de Duitse lange termijnrente staat op -0,19%, nog onder het dieptepunt in 2016.

 

 

May’s laatste afstraffing

Voor May stopte de slecht-nieuws show nog niet bij haar ontslag. Een historische afstraffing in de Europese verkiezingen viel haar nog te beurt. De deelname op zich kan al als een nederlaag worden beschouwd, maar de verkiezingsuitslagen waren niet wat ze had gehoopt:

  • De conservatieven haalden minder dan 10% van de stemmen.
  • De onlangs opgerichte Brexit-partij van Nigel Farage 32%.
  • Die andere traditionele grootmacht in de Britse politiek, Labour 14%.
  • De Lib Dems klokten af op 20%,
  • Terwijl de anti-Brexit Greens op 12% strandden.

Tel deze laatste twee op, en we krijgen ook 32% van de stemmen die tegen de Brexit zijn. Het Verenigd Koninkrijk blijft enorm verdeeld.

Ondertussen barstte de strijd om het conservatieve leiderschap los. De kans dat de volgende leider op korte termijn verkozen geraakt, is vrij klein, zeker met het zomerreces voor de deur. Het conservatie partijcongres vindt plaats eind september. De tijd tussen dat congres en de huidige Brexit-deadline, 31 oktober, is kort. De “queen’s money” stevent dus een woelige zomer tegemoet.

Europese Commissie verlaagt prognoses opnieuw 

De Europese Commissie publiceerde eerder deze maand haar “Spring Outlook”. Opnieuw daalde de groeiprognose voor de eurozone lichtjes van 1,3% naar 1,2%. Vooral de Duitse verwachte groei kreeg een stevige klap van 1,1% naar amper 0,5%.

De kernboodschap is duidelijk: Europa snakt naar groei en door een gebrek hieraan blijft de toestand van de publieke financiën in vele EU-lidstaten precair.

 

De Commissie rekent erop dat de binnenlandse dynamiek voldoende sterk is om de Europese economie op een matig groeipad te houden en uit het dal te halen.

 

De Economische Commissie wijst met een beschuldigende vinger naar het onzekere internationale klimaat. Bovendien speelden heel wat sectorale en landgebonden factoren een rol in de recente groeivertraging. Toch rekent de Commissie erop dat de binnenlandse dynamiek voldoende sterk is om de Europese economie op een matig groeipad te houden en uit het dal te halen.

De Europese consument speelt hierbij een cruciale rol. Bijkomende jobcreatie en graduele loonstijgingen moeten een verdedigingsdam vormen tegen de moeilijke internationale markten. Het blijft echter afwachten of de Europese consument zo optimistisch blijft, ook wanneer de werkgelegenheid zou beginnen verzwakken en een aantal bedrijven het moeilijker krijgen in de volatiele internationale omgeving.

 

Het Verenigd Koninkrijk blijft enorm verdeeld.

Escalatie van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog

Afgelopen maand verhoogde President Trump de importtarieven op zo’n USD 200 miljard aan goederen van 10% naar 25%. De dreiging van nieuwe 25%-tarieven op de nog resterende circa USD 325 miljard aan importgoederen is eveneens uitgesproken. Dit nadat de gesprekken last-minute op een sisser uitdraaiden. Het lijkt erop dat de Chinezen slechts één maand de tijd hebben om over de brug te komen. Het is tegelijk wachten op Chinese vergelding.

Ook Europese bedrijven met een sterke aanwezigheid in de US en China (voornamelijk machinemakers en chemiebedrijven) zullen op korte termijn de effecten voelen. Bovendien is er ook het risico dat China hun exces aanbod op de Europese markt zal komen dumpen.

Een beslissing omtrent een nieuw tarief voor geïmporteerde auto’s werd dan weer zes maanden uitgesteld door de Trump-administratie. De gesprekken met de EU en Japan verlopen moeizaam, maar blijkbaar toch vlot genoeg om dit uitstel te bekrachtigen.

Bovendien botst deze tariefverhoging op veel weerwerk in het Amerikaanse congres. Volgens de Amerikaanse automobielsector zou een verhoging van de importtarieven tot 25% leiden tot een kostenverhoging van ettelijke duizenden dollars voor Amerikaanse wagens. Dat zou gepaard gaan met een banenverlies dat loopt tot in de honderdduizenden.

 

Fed erkent dat kerninflatie lager is dan 2%-doelstelling.

 

Powell reageert stug

De Fed hield haar beleidsrente zoals verwacht ongewijzigd (op 2,25% - 2,50%). De Amerikaanse centrale bank verlaagde wel de rente op reserves die banken aanhouden bij de Fed (-5 bp), maar die ingreep is zuiver technisch van aard. Verder veranderde de Fed nauwelijks iets aan de verklaring. Ze erkende wel dat naast de algemene inflatie nu ook de kerninflatie (duidelijk) beneden de 2%-doelstelling heeft postgevat.

In de hem eigen droge stijl kwam Fed-voorzitter Powell daarna met een duidelijke boodschap: er is op dit ogenblik geen reden om de rente in de ene of de andere richting bij te stellen. Onder meer de groei van de tewerkstelling en de lonen suggereren dat de Amerikaanse economie goed op koers blijft. De Fed gaat ervanuit dat de terugval in de inflatie tijdelijk is en zich zonder actie van de Fed kan normaliseren.

Na die boodschap werden alle suggestieve vragen, om een hint uit te lokken over de richting van de volgende stap in het Fed-beleid, vakkundig afgeblokt. De Fed-voorzitter herhaalde dat de Fed zich niet laat beïnvloeden door druk uit politieke hoek. De Fed ziet ook geen significant risico op overdrijvingen in de markten als gevolg van een eventueel te soepel beleid. Wie erop had ingezet dat Powell en Co de deur op een kier zouden zetten voor een eventuele renteverlaging moest op zijn stappen terugkomen.

 

Het lijkt erop dat de Chinezen slechts één maand de tijd hebben om over de brug te komen. Tegelijk is het wachten op Chinese vergelding.

Chinese schuldenberg

De omvang van de Chinese binnenlandse obligatiemarkt is ongeveer $13.000.000.000.000 groot en daarmee een buitengewoon belangrijke markt voor schuldtitels. In de eerste vier maanden van dit jaar konden bedrijven in totaal voor een bedrag aan $5,8 miljard dollar niet terugbetalen. Dit is ruim 3,4 keer zoveel als in dezelfde periode in 2018.

Ondertussen blijft China banken onder druk zetten om leningen te verstrekken aan kleine en middelgrote bedrijven. Bovendien werden deze maand wederom de reservevereisten voor de bankensector neerwaarts aangepast door de centrale bank van China.

Toch borrelen er ook daar problemen. Afgelopen week namen de Chinese regulators de controle over van Boashang Bank. Een kleinere bank die, zoals zovelen in China, via allerhande vehikels strengere leenrestricties wist te omzeilen; het zogenaamde schaduwbankieren.

Het is moeilijk om de grootte van dit schaduwbankieren in China te becijferen, maar analisten gaan ervan uit dat er duizenden miljarden aan kredieten “off-book” worden verschaft.

Het is de eerste keer in meer dan twintig jaar dat de Chinese overheid een bank diende over te nemen. De markten kijken dan ook angstvallig richting het Oosten en zijn ongerust over andere lijken die uit de kast kunnen vallen de komende weken.

De markten kijken angstvallig richting het Oosten.

maandag 3 juni 2019