test

Macro-economische update: Grijze wolken blijven hangen

Maart 2018. Wie hoopte dat het terug ‘business as usual’ zou zijn op de financiële markten na de correctie begin februari, kwam bedrogen uit. We mogen zelfs zeggen dat een tweede correctie zich heeft ingezet.

Ditmaal niet omwille van een teveel aan goed nieuws (met name het sterke banenrapport uit de Verenigde Staten waardoor de vrees ontstond dat de rentes sneller dan verwacht zouden stijgen), maar omwille van (geo)politieke risico’s.

De vrees voor een handelsoorlog laait op

Amerikaans president Trump lijkt vastberaden om het handelstekort aan te pakken. Het initiële algemene importtarief op zowel aluminium en staal werd wel wat afgezwakt door een aantal (tijdelijke) vrijstellingen voor bepaalde landen. Toch blijven beleggers tobben over de intenties van de Trump administratie. Wil Trump louter aantonen dat hij opnieuw een verkiezingsbelofte heeft waargemaakt en blijft het bij deze heffingen? Of blijft men toch de confrontatie aangaan, ook wat andere producten betreft? In het laatste geval dreigt er een brede handelsoorlog, wat onmiddellijk voor onrust op de financiële markten zorgde.

Geen snel herstel dus op de aandelenmarkten, wel vertwijfeling. De Europese indices gingen deze maand opnieuw wat harder onderuit dan de Amerikaanse. Niet zo verwonderlijk; indien het echt tot een totale handelsoorlog zou komen, zal Europa als open economie met relatief grote handelsoverschotten het meeste te verliezen hebben. Beleggers zochten opnieuw de veilige havens op, waardoor zowel in Europa als in de Verenigde Staten de overheidsrentes opnieuw zakten. De Belgische 10-jaarsrente dook terug onder 0,80%. Begin dit jaar stonden we nog boven 1,00%. Ook de Duitse 10-jaars Bund sloot de maand zo’n 15 basispunten lager af op 0,50%.

Europees vertrouwen kent een dipje

Bovenstaande evoluties bleven uiteraard niet zonder gevolgen in de zogenaamde aankoopmanagersindices. Deze meten via een bevraging van de financiële directeurs in ondernemingen het vertrouwen en de groeiverwachtingen op middellange termijn. Voor de tweede maand op rij daalde het cijfer. Geen reden tot paniek, we komen van relatief hoge niveau’s enkele maanden geleden en met een cijfer van 55,3 blijft de vertrouwensindicator nog ruim boven de 50. Dit wijst dus nog steeds op een economische expansie

Muizenstap in het Brexit-proces

Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie bereikten opnieuw een akkoord over hoe ze een aantal knopen in het Brexit-kluwen gaan ontwarren. Dit akkoord moet beide partijen dichter bij een scheidingsovereenkomst brengen en de onderhandelingen over de toekomstige relatie vergemakkelijken. Goed nieuws dus! Al is er opnieuw een grote ‘maar’. Het akkoord en de reacties tonen immers nogal wat gelijkenissen met begin december. Ook toen werd gesproken van een grote doorbraak. Al snel bleek echter dat het ging over een aantal ‘principes’, onder meer over het delicate punt van de grens tussen Ierland en Noord-Ierland, die bovendien niet op dezelfde manier werden ingevuld door de verschillende partijen.

Het ziet ernaar uit dat er nu een gelijkaardige politieke goocheltruc is bovengehaald. Over een aantal dingen is men het eens geraakt. Het meest in het oog springend is een overgangsperiode waarbij de Britse bedrijven toegang behouden tot de Europese eenheidsmarkt tot eind 2020. De Britse ondernemingen vreesden anders in een zwart gat te vallen als er tegen maart 2019 geen akkoord zou zijn. Dat lijkt nu opgelost. Echter EU-onderhandelaar Barnier herhaalde dat dit deel van het akkoord enkel geldt als er een wettelijk bindend scheidingsakkoord is, inclusief over de grens met Ierland. Hoe dat moet geregeld worden, blijft voorlopig een Gordiaanse knoop. De kwestie van de Ierse grens zou opgelost kunnen worden in het uiteindelijk handelsakkoord tussen de EU en het VK (bijvoorbeeld als het VK en de EU een douane-unie zouden blijven vormen moet er geen fysieke grens komen). Die uiterst complexe onderhandelingen moeten echter nog beginnen en zullen quasi zeker niet afgerond zijn in maart 2019.

Indien deze voorspellingen uitkomen, gaan we naar een historisch lage werkloosheidsgraad in de Verenigde Staten. Het is immers van november 1966 geleden dat een werkloosheid van 3,6% werd vastgesteld.

Positieve Fed

Zoals verwacht verhoogde de Federal Reserve de beleidsrente met 25 basispunten, tot de vork 1,50% -1,75%. De beslissing was unaniem, wat suggereert dat de Fed meent dat snellere renteverhogingen op zijn plaats zijn. Officieel houdt de Fed echter nog steeds vast aan de vooropgestelde drie rentestijgingen dit jaar. De markten hadden stiekem gehoopt op een hint naar een extra sprong, maar deze boot hield Powell (voorlopig?) af.

Voorts werden ook de groeiverwachtingen verhoogd met 0,2% tot 2,7% voor 2018 en met 0,3% naar 2,4% voor 2019. De werkloosheidsgraad werd verder bijgesteld naar 3,8% voor 2018 (een daling met 0,1 procentpunt) en 3,6% voor 2019 en 2020 (respectievelijke daling van 0,3 en 0,4 procentpunten). Indien deze voorspellingen realiteit worden, gaan we naar een historisch lage werkloosheidsgraad in de Verenigde Staten. Het is immers van november 1966 geleden dat een werkloosheid van 3,6% werd vastgesteld.

 

De Libor – OIS spread steeg afgelopen weken fel.

Een nieuw knipperlicht begint te branden

Afsluiten doen we deze maand met een eerder technisch, maar niet onbelangrijk knipperlicht. Het verschil tussen de London Interbank Offered Rate (Libor), de rente die banken elkaar aanrekenen voor het lenen en ontlenen van dollars op korte termijn, en de risicovrije Overnight Index Swap (OIS) is de afgelopen weken fel toegenomen.

Wie de bankencrisis van dichtbij meemaakte, herinnert zich ongetwijfeld de evolutie van deze ‘spread’ eind 2008. Het wantrouwen tussen banken was op dat moment zo compleet dat het verschil tussen de Libor en de OIS opliep tot meer dan 350 basispunten (3,5%). Sindsdien wordt deze spread dus van nabij opgevolgd om interbancaire stress en een verslechtering van de financiële condities op te volgen.

Historisch gezien situeert deze spread zich rond de 20 basispunten. Sinds het begin van 2018 constateren we een toch wel belangrijke stijging richting 60 basispunten. Er zijn een aantal mogelijke verklaringen. Zo zorgt het recente akkoord om het Amerikaanse schuldplafond te verhogen ervoor dat er gelden wegvloeien richting T-Bills. Ook de repatriëring van dollars in het kader van de US Tax Cuts and Jobs Act kan meespelen. Deze gelden werden immers grotendeels liquide gehouden op bankrekeningen. Nu deze gelden gerepatriëerd en geregulariseerd kunnen worden, zijn ze beschikbaar voor investeringsprojecten of lange termijnbeleggingen. 

Van een echt wantrouwen tussen de banken zoals tijdens bankencrisis lijkt dus nog geen sprake. Toch is de stijging niet zonder gevolgen. De fundingkost van Amerikaanse banken wordt immers aanzienlijk duurder. Deutsche Bank CFO James von Moltke waarschuwde reeds eerder deze maand dat de gestegen kost het resultaat van de bank opnieuw onder druk dreigt te zetten. De gestegen Libor – OIS spread is dus zeker van nabij op te volgen.   

Conclusies voor uw beleggingen

  • Veilige, vastrentende beleggingen leveren wellicht nog geruime tijd een laag rendement op.
  • Wil u een hoger rendement, dan moet u bereid zijn een gedeelte van uw portefeuille dynamisch te beleggen in overeenstemming met uw beleggersprofiel en uw persoonlijke doelstellingen.
  • Vermogensopbouw vergt een langetermijnvisie met een volgehouden beleggingsdiscipline waarbij u maximaal vasthoudt aan de gekozen strategie. Hou er echter rekening mee dat dynamische beleggingen altijd een volatiel verloop kennen.
  • Spreiding staat voorop, zowel qua looptijden, activaklassen, als beheerders.


Wij bespreken dit graag met u op basis van uw persoonlijk financieel traject. 
U bent van harte welkom voor een gesprek.

woensdag 11 april 2018