test

Macro-economische update: In de ban van Wuhan

Januari 2020. 2020 kondigde zich aan als het jaar waarin de markten minder geteisterd zouden worden door zogenaamde ‘event-risico’s’.

Met een handelsakkoord tussen China en de VS in het vooruitzicht en een definitieve goedkeuring van de Britse uitstap uit de EU, waren de markten en de economie verlost van twee belangrijke stoorzenders. Maar de hoop op een rustiger 2020 was echter geen lang leven beschoren.

Aanval op Soleimani

De stevige Nieuwjaarsrally die zowat alle financiële markten op sleeptouw nam (van aandelen over obligaties tot goud), stokte al op de tweede handelsdag van het jaar. Daarin speelde de Amerikaanse luchtaanval op Iraans generaal-majoor Soleimani en de vrees voor een escalerend gewapend conflict een belangrijke rol.

Eén week later was er opnieuw verontrustend nieuws, ditmaal vanuit Wuhan in China. Op 7 januari confirmeerde de Chinese overheid dat ze een nieuw virus hadden geïdentificeerd: het coronavirus. Wanneer vervolgens de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verklaarde dat dit virus van dezelfde familie afkomstig is als SARS en MERS was het hek van de dam op de financiële markten. De rentes gingen stevig onderuit en ook de beurzen wereldwijd doken de rode cijfers in.

Coronavirus zorgt voor beurskoorts

Vooral de gelijkenissen met het SARS virus, dat uitbrak in 2003 en acht weken lang het nieuws domineerde, jaagt beleggers momenteel op stang. Sinds 2003 is er immers veel veranderd: luchtverkeer is verdubbeld over deze periode maar ook het Chinees toerisme naar het buitenland is spectaculair toegenomen. De verspreiding van het virus kan daardoor een pak sneller gaan dan in 2003. De voorlopige statistieken bevestigen bovendien deze hypothese.

Er wordt geschat dat SARS in 2003 een volledig procentpunt van de Chinese groei wegblies. Een inschatting maken over de impact van het coronavirus is moeilijk. De grootste impact op de Chinese economie zal vooral liggen aan een lagere consumptie, minder reizen, minder toerisme en uiteraard de werkonderbreking van de huidige en toekomstige gebieden die in quarantaine worden gezet. Dit kan op zijn beurt weer zorgen voor bijkomende groeivertragingen in de nabije APAC (Asia-Pacific) regio en waarschijnlijk ook voor een lagere mondiale groei.

Om nog maar te zwijgen van de mogelijke impact op grondstoffenprijzen. China is nog steeds een globale leider op de grondstoffenmarkt. Hoe langer fabrieken gesloten blijven en de Chinese bouwsector onderbroken blijft, hoe groter de impact op de prijzen. De prijzen van koper en ijzer zijn op het moment van dit schrijven al meer dan 10% gezakt tegenover hun piek midden januari.

Kortom, een hele resem van onzekerheden die ook de magere Europese groei kunnen aantasten. Een nieuwe neerwaartse schok kan de ECB als kiespijn missen, met een Duitse economie die nog steeds vecht tegen een mogelijke recessie en Europese rentes die terug richting dieptepunten trekken.

ECB meeting

Overigens kunnen we over de ECB vergadering van deze maand kort zijn:

  • De inflatieverwachting van de ECB ging lichtjes hoger. De zogenaamde “moderate increase” die deze maand in de officiële persteksten verscheen was vorige maand nog een “mild increase”. Het betreft zoals steeds kleine veranderingen, maar in de wereld van centrale bankiers kunnen ze een wereld van verschil betekenen

  • De start van de strategische review werd aangekondigd door Lagarde. Deze review zal de definitie van “prijsstabiliteit” herbekijken alsook de toolkit van de ECB. Ook “externe factoren” zullen worden opgenomen: financiële stabiliteit, werkgelegenheid, sustainability,… Conclusies worden eind 2020 verwacht

  • Meer dan ooit zit de ECB dus in een “wait-and-see modus”: interne strubbelingen, het besef dat de limieten van het huidige monetaire beleid bereikt zijn, het afwachten van de strategic review… Of zoals een analist het cynisch verwoordt: “ECB meetings seem to have returned to a normal level of boredom.”

Valse start in de VS

Het ISM-bedrijfsvertrouwen in de verwerkende nijverheid in de Verenigde Staten zakte onverwacht dieper weg in contractiegebied (beneden 50-grens). De algemene indicator voor de maand december eindigde op een povere 47,2. Dat is fors zwakker dan het verhoopte herstel tot 49,0 én het laagste niveau sinds juni 2009. De impact op de financiële markten liet zich raden. Ook de Amerikaanse rentedaling schakelde een versnelling hoger. Economisch Amerika struikelde zo als het ware 2020 binnen.

Fed verandert niet van koers

 Ook de Federal Reserve (Fed) hield ondertussen haar eerste beleidsvergadering van het nieuwe jaar. Zoals algemeen verwacht heeft de Fed niet getornd aan de beleidsrente en handhaaft ze de doelzone tussen 1,5% en 1,75%.

Toch zijn er ook hier wat voorzichtige tekstuele wijzigingen: zo spreekt de Fed niet meer van een “sterke” maar “gematigde” stijging van de gezinsbestedingen. Fed-voorzitter Powell blijft echter goedgemutst en geeft aan dat er onderliggend geen reden tot paniek is. Opmerkelijker was een kleine maar veelzeggende modificatie van de inflatieretoriek. De Fed spreekt nu van een terugkeer “naar” de 2%-inflatiedoelstelling in plaats van “dichtbij” de doelstelling. In de persconferentie beklemtoonde Powell dat de centrale bank daarmee een duidelijk signaal geeft dat ze niet zal toestaan dat de inflatie lager dan 2% blijft.

Beleggers keken verder uit naar details over de noodmaatregelen die de centrale bank nam in december 2019 om de nervositeit op de geldmarkt het hoofd te bieden. Powell verklaarde dat de aankoop van schatkistcertificaten en de repo-operaties het gewenste doel hebben bereikt. De hamvraag of de tijdelijke maatregelen een permanent karakter zullen krijgen, bleef echter onbeantwoord. De maatregelen worden in het tweede kwartaal afgebouwd, maar de Fed geeft te kennen dat ze de liquiditeit in de geldmarkt ruim wil houden en dat haar balans op termijn aan een natuurlijk tempo moet blijven groeien.

Carney pakt markten in snelheid

Vorig jaar in november stemden twee van de negen raadsleden van de Britse centrale bank (BoE) voor een renteverlaging van 25 basispunten. In december lijkt de Britse economie af te stevenen op een stevige vertraging: ook de hoofdeconoom van de BoE stuurt aan op een renteverlaging. Begin dit jaar lijkt ook Carney gewonnen voor dit idee. Wanneer dan ook midden januari de inflatiecijfers tegenvallen (de kerninflatie zakte van 1,7% naar 1,4% jaar op jaar) lijkt het lot bezegelt. Maar zoals geweten kunnen analisten en dus ook de markten de bal ook wel eens misslaan: vorige week stemden opnieuw slechts 2 leden voor een renteverlaging. Status quo dus voor de Britse rente. Volgens de Bank of England bestaat de kans dat de economie de rug terug zal rechten en zal ze in principe ook de inflatie (opwaarts) beïnvloeden.

Met haar beslissing pakte de Bank of England de Britse markten tegenvoets. Het korte eind van de Britse rentecurve steeg met 10 basispunten. De euro zakte voor het eerst sinds midden vorige maand beneden 0,84 tegenover het pond. Deze is op weg naar de sterkste sterlingkoers sinds het Britse EU-referendum.

Auteur

Steven Andries

dinsdag 4 februari 2020