test

‘Als dokter word je alleen maar beter als je in een sterk team kan werken’

Frederik Verstreken en Olivier Verborgt, orthopedisten, vertellen hoe je jezelf als dokter meer kan specialiseren en tegelijk een grotere variatie in je werk legt door goed samen te werken. Zij doen dat al sinds 2014.

Leestijd: 12 minuten

In Antwerpen verlaat een joodse man een groot pand. Dat gebeurt wat moeizaam; hij heeft ter ondersteuning een wandelstok nodig. Als je weet wat zich bevindt achter de gevel van het gebouw dat hij net heeft verlaten, kun je veronderstellen dat hij er langs is geweest om een probleem te verhelpen in het orthopedisch centrum dat hier sinds oktober 2014 is gevestigd.

Een groep van zeventien orthopedisch chirurgen (and counting) en een veertigtal medewerkers oefent er een deel van zijn medische activiteiten uit. Het gaat om een associatie van specialisten waarvan het ontstaan teruggaat tot de jaren zeventig, en inmiddels is de groep op drie locaties in Antwerpen actief.

Net omdat elke arts zich meer specialiseerde en de beste zorg kon leveren, hebben we meer en meer werk gekregen.

Het zijn dokters Frederik Verstreken en Olivier Verborgt die hun levenswerk toelichten, maar nog voor de eerste vraag is gesteld, willen ze benadrukken dat het niet om hun levenswerk gaat, maar om dat van hen én hun vijftien collega-artsen.

‘Het gaat in dit gesprek niet om onszelf als individuen, maar om de groep. Dat kunnen we niet genoeg benadrukken’, aldus dokter Verstreken. Zijn collega knikt en zal dat tijdens het gesprek meermaals doen: de neuzen wijzen hier duidelijk in dezelfde richting.

‘Zoals wij tweeën maar een deel van het geheel zijn, is ook de plek waar we ons nu bevinden slechts een deel van een groter geheel. We werken hier met zeventien artsen. En sinds twee jaar is er dus ook deze plek, die je kan omschrijven als een ambulante eenheid. Daarenboven hebben we ook een sterke verbinding met het UZ Antwerpen, zowel voor klinisch als academisch werk.’

Orthopedie is volgens Van Dale de ‘leer van de afwijkingen van het menselijk bewegingsapparaat’. Dat houdt concreet in dat orthopedisten mensen helpen met breuken of blessures van gewrichten en botten, ze ziektes aan de handen en andere ledematen behandelen of (oudere) patiënten te zien krijgen met gewrichtsafwijkingen en artrose. Ze worden met andere woorden geconfronteerd met kwalen of ziekten waar maar weinig mensen op een bepaald moment in hun leven níét mee te kampen hebben.

Het Orthopedisch Centrum Antwerpen is géén ziekenhuis en dus zal de joodse man die daarnet naar buiten wandelde hier niet geopereerd worden. ‘Het is geen privékliniek, maar het gaat wel om privéraadplegingen’, aldus dr. Verborgt.

Een deel van de patiënten komt liever op een privéconsultatie omdat dit toch een ander klimaat en een rustigere omgeving oplevert.

‘We hebben onderzoekskabines waar we onze patiënten zien, diagnoses stellen en behandelingen plannen, maar die behandelingen worden uitgevoerd in het ziekenhuis. Dat maakt net dat we geen privékliniek zijn. We vinden het ziekenhuis nog altijd de veiligste plek voor het uitvoeren van een ingreep.’ De noodzaak om zo’n ambulante eenheid op te richten was er nochtans wel degelijk.

Dr. Verstreken: ‘Een deel van de patiënten komt liever op een privéconsultatie omdat dit toch een ander klimaat en een rustigere omgeving oplevert. Als je in het ziekenhuis langsgaat, komen er dikwijls dingen tussen, zoals een spoedgeval. Hier kunnen we meteen kort op de bal spelen.’

Zelfs bij uitzonderlijke en complexe ziektebeelden, kan efficiënt een juiste diagnose gesteld worden.

Hoe gespecialiseerder, hoe beter

Er zijn twee aspecten die het team waar dr. Verborgt en dr. Verstreken deel van uitmaken karakteriseren en waar ze beiden zichtbaar trots op zijn. Ten eerste heeft elke arts zijn eigen subspecialisatie. Elke patiënt komt voor een bepaalde klacht, gaande van ‘rug & nek’, ‘schouder’, ‘voet & enkel’ tot ‘kinderorthopedie’. Dr. Verstreken is gespecialiseerd in hand- en polspathologie; zijn collega in pathologie en chirurgie van de schouder.

Dr. Verstreken: ‘Omdat elk van ons gespecialiseerd is in één gewricht, stijgt de kwaliteit van onze behandeling. Zelfs bij uitzonderlijke en complexe ziektebeelden, kan efficiënt een juiste diagnose gesteld worden.’

Die focus op subspecialisaties is er niet meteen gekomen, maar is historisch en geleidelijk gegroeid. Het begon in de jaren zeventig allemaal met één orthopedist, dokter Jozef Verstreken, waarbij de bekende kniechirurg dokter Martens zich aansloot. Die mannen hadden een visie en zo zijn er in de loop van de voorbije veertig jaar telkens meer specialisten gekomen met elk hun eigen subspecialisatie – terwijl de orthopedisten in het begin alles deden, van kleine teen tot schouder. 

‘Net omdat elke arts zich meer specialiseerde en de beste zorg kon leveren, hebben we meer en meer werk gekregen’, benadrukt Dr. Verstreken.

‘We kunnen alleen maar blijven vaststellen dat onze patiënten die aanpak waarderen. Als er iets is wat binnen de geneeskunde en orthopedie bewezen is, dan is het dat als je iets vaker doet, je het ook beter doet en er minder complicaties zijn.

Wie heel vaak een knie behandelt, zal dat merkelijk beter doen dan wie dat slechts af en toe doet. Het is heel eenvoudig: oefening baart nu eenmaal kunst.’

Samenwerking = persoonlijke en professionele groei

Het tweede aspect waaraan deze associatie van artsen veel belang hecht, is net dat ze een team zijn. Dr. Verstreken: ‘Onze grootste kracht schuilt in het feit dat we met zeventien specialisten samenwerken in één associatie. Dat kun je toch wel behoorlijk uniek noemen.’ Dr. Verborgt beaamt. ‘Dat is absoluut zo. Het maakt ons werk niet alleen beter maar ook op persoonlijk vlak aangenamer. Het feit dat we allen voor dezelfde discipline gekozen hebben, schept sowieso al een band. Als individu zijn we ook mentaal sterker, net omdat we samenwerken. Op dagen dat het bijvoorbeeld moeilijk gaat of druk is, weet je dat we allen in hetzelfde schuitje zitten.’

Wie dokter is, oefent een vrij beroep uit – en een synoniem daarvan is ook wel ‘intellectueel beroep’. Het gaat daarbij, in zijn algemeenheid, om een beroep waarbij vooral intellectuele diensten of goederen worden geleverd die niet als handelsdaad kunnen worden omschreven.

Misschien net omwille van het intellectuele aspect ervan, zien buitenstaanders iemand met een vrij beroep vaak als een individu – als een einzelgänger, zelfs. Denk bijvoorbeeld aan het personage van House M.D. in de gelijknamige succesvolle Amerikaanse televisieserie. Méér einzelgänger dan Gregory House kan een mens amper zijn, maar toch, zo wordt elke aflevering duidelijk: hij heeft zijn team nodig, hoe overtuigd hij ook vaak is van zijn eigen gelijk.

Ook voor dr. Verstreken en dr. Verborgt is het net teamwerk dat hen sterker maakt.

'Dat ik mijn werk in de loop der jaren met steeds meer passie ben gaan doen, komt voor een groot deel omdat we mekaar als groep zo stimuleren.

Er is een structuur van hard werken, maar ook van mensen de tijd geven om zich te ontplooien in de dingen waar ze goed in zijn.

Het is natuurlijk niet eenvoudig om zeventien artsen met elk een eigen temperament te doen samenwerken, maar het lukt ons bijzonder goed. Dat komt ook omdat er hier geen hiërarchische structuur is. Het gaat om zeventien zelfstandigen die samenwerken. Iedereen engageert zich op dezelfde manier, verdient ook hetzelfde zonder dat er veel controle is.

Niet eenvoudig, maar toch slagen we erin dat te doen werken. Wat het werk ook zo aantrekkelijk maakt, is de vrijheid. Er is geen tijdsklok; geen strikte vakantieregeling; elk kan voor zich bepalen waar hij meer aandacht aan wil besteden – sommigen willen meer ruimte voor wetenschappelijk werk; anderen willen voordrachten in het buitenland geven of topsporters begeleiden.

Als je in je eentje werkt, kun je zoiets nooit bereiken. Als sterk team met een ijzersterke reputatie kunnen we ook de beste mensen blijven aantrekken, verder groeien en de beste zorg aan onze patiënten geven.

Net omdat we met zeventien zijn, is dat mogelijk, en ook omdat we allemaal kunnen geven en nemen. Eén keer per maand zitten we met z’n allen samen aan deze tafel.

Natuurlijk is er wel eens discussie, maar in de zeventien jaar dat ik hier werk, zijn er nog nooit harde woorden gevallen. Ik denk, of nee, ik wéét eigenlijk zeker dat iedereen hier tevreden is.

Er is een structuur van hard werken, maar ook van mensen de tijd geven om zich te ontplooien in de dingen waar ze goed in zijn.

Als je in je eentje werkt, kun je zoiets nooit bereiken. Als sterk team met een ijzersterke reputatie kunnen we ook de beste mensen blijven aantrekken, verder groeien en de beste zorg aan onze patiënten geven. Binnenkort komt er bijvoorbeeld een handchirurg uit Brugge ons team versterken.’

Dr. Verborgt kan zijn enthousiasme daarover niet verbergen: ‘Een enorme troef is inderdaad dat we jaarlijks een nieuwe lading jonge artsen uit binnen- en buitenland krijgen, die vragen om een deel van hun opleiding in onze dienst te mogen uitvoeren. Dat geeft telkens een enorme boost. Je probeert die artsen zo goed als mogelijk op te leiden, wat je verplicht om jezelf steeds te verantwoorden tegenover hen; om up-to-date te blijven; om uit te leggen waarom je iets doet zoals je het doet. Net zoals Frederik ben ook ik mijn werk steeds liever gaan doen – en inderdaad ook omdat de setting en het team altijd maar beter zijn geworden.’ 

We hebben een goed secretariaat en zijn omringd door bekwame en gemotiveerde verpleegkundigen die onze dagelijkse rompslomp wegnemen.

Hij denkt even na, en dan, luider dan hij normaal praat: ‘Kijk, dit werk slorpt je enorm op. Ik ben er dag en nacht mee bezig. Maar als je een probleem hebt, dan praten we er met elkaar over en zeggen we: ach, dat is al bij al toch niet zo erg. De omkadering is ook perfect: We hebben een goed secretariaat en zijn omringd door bekwame en gemotiveerde verpleegkundigen die onze dagelijkse rompslomp wegnemen.

Op die manier kunnen we veel extra zorgen vermijden en zonder hen lukt het niet. Als we een complexe ingreep moeten doen, hebben we bijvoorbeeld een pak materiaal nodig, dat besteld en op tijd geleverd moet worden. Het maakt echt een verschil als je iemand hebt die dat voor je regelt en waarop je 100% kan vertrouwen.’

Dat ik mijn werk in de loop der jaren met steeds meer passie ben gaan doen, komt voor een groot deel omdat we mekaar als groep zo stimuleren.

Variatie als bescherming tegen burn-out

Er is niet alleen de voldoening van de samenwerking, maar ook de medische voldoening van de specialisatie zelf. Dr. Verborgt: ‘We hebben te maken met concrete problemen, bijvoorbeeld bij sporters, die je kan oplossen, hetzij met een aantal raadplegingen, hetzij via een operatie. Dat is anders dan bij sommige subspecialisaties in de geneeskunde waarbij je enkel en alleen ondersteuning kunt bieden en die patiënt levenslang blijft komen.

Bij ons als orthopedisten gaat het om contacten van voorbijgaande aard. Als alles goed verloopt, is de behandeling in principe relatief snel afgewerkt. Dat is anders dan bij bijvoorbeeld een nierpatiënt die een leven lang onder de controle van een arts blijft staan.’

Die variatie van patiënten maakt het voor mij extra boeiend, net als de variatie van ziektebeelden: van huis-tuin- en keukenbreuken tot complexe breuken.

Dr. Verstreken: ‘Helemaal juist. Wij hebben bijna geen chronische patiënten. Ze krijgen een inspuiting of een operatie en kunnen de draad van hun leven weer opnemen. Dat geeft medisch gezien een grote voldoening. Het aantrekkelijke is ook dat we de hele maatschappij over de vloer krijgen.

Van kinderen tot oude mensen; van topsporters als Kim Clijsters en de Rode Duivels tot de gewone man in de straat. Een kinderarts ziet alleen maar kinderen. Die variatie van patiënten maakt het voor mij extra boeiend, net als de variatie van ziektebeelden: van huis-tuin- en keukenbreuken tot complexe breuken.

Ons vakgebied evolueert ook razendsnel – neem bijvoorbeeld de 3D-printing. Dat is zo’n fascinerende evolutie: je kunt nu bijvoorbeeld helemaal op maat een kapot gewricht herstellen. Ik denk dat al die variatie een grote bescherming tegen burn-out biedt, wat ook in de medische wereld een reëel probleem is geworden.’

De grootste voldoening en motivatie komt nog steeds van tevreden patiënten.

Die focus op subspecialisaties is er niet meteen gekomen, maar is historisch en geleidelijk gegroeid. Het begon in de jaren zeventig allemaal met één orthopedist, dokter Jozef Verstreken, waarbij de bekende kniechirurg dokter Martens zich aansloot. Die mannen hadden een visie en zo zijn er in de loop van de voorbije veertig jaar telkens meer specialisten gekomen met elk hun eigen subspecialisatie – terwijl de orthopedisten in het begin alles deden, van kleine teen tot schouder. ‘Net omdat elke arts zich meer specialiseerde en de beste zorg kon leveren, hebben we meer en meer werk gekregen’,

Zo is onze collega dokter Geert Declercq als ploegarts van de Rode Duivels meegegaan naar Brazilië en Frankrijk. Dat maakt ons als groep collectief trots. Nog een ander voorbeeld: we organiseren een groot schouder- en elleboogcongres waarbij een internationale top van artsen naar Antwerpen komt. Ik heb zelf met dat congres niets te maken, maar niettemin maakt het me trots.

Laat dat maar de boodschap zijn die we willen meegeven: levenswerk is voor ons samenwerken, als het beste middel voor ons uiteindelijke doel, en dat is onze patiënten de beste zorg te geven. Want de grootste voldoening en motivatie komt nog steeds van tevreden patiënten.’

Maar omdat we zo intensief samenwerken, kun je ook trots zijn op wat de anderen presteren.
Ann De Craemer en Thijs Delrue schetsten 9 portretten van inspirerende vrije beroepen over Samenwerken. We verzamelden de portretten in het boek Levenswerk, uitgegeven in 2018.

woensdag 21 november 2018