test

‘Laat u begeleiden bij de grote stappen in uw leven. Coaching is vaak de sleutel tot slagen in een plan.’

Of het nu gaat om die ene grote wedstrijd die u als topsporter graag wilt winnen of om een belangrijke financiële keuze, het is goed om u te laten begeleiden bij de grote stappen in uw leven. Coaching is vaak de sleutel tot slagen in een plan.

Topsportcoach Paul Van Den Bosch weet als geen ander welke rol een coach kan spelen. Met veel liefde voor het vak en een grenzeloos respect voor zijn atleten kijkt hij terug op de voorbije jaren.

Of ik koffie wil? Ik knik bevestigend. Mijn gastheer verdwijnt en ik heb de tijd om even om me heen te kijken. Het kunstwerk aan de muur trekt meteen mijn aandacht. ‘Mooi’, laat ik me spontaan ontglippen als hij even later met een perfect gezet kopje koffie de ruimte weer binnenkomt. Ik bespeur een twinkel in de ogen van topsportcoach Paul Van Den Bosch.

‘Dit werk staat symbool voor waar ik dag in dag uit mee bezig ben,’ vertelt hij. ‘Onderaan zie je een groep mensen strugglen. Ze weten niet goed welke richting ze uit moeten. Plots ontmoeten ze iemand die hen via een touw de hand reikt. Ze grijpen de hulp met beide handen en klimmen verder. Eensgezind en gestructureerd. Uiteindelijk bereikt iemand de top. Er zullen er ongetwijfeld nog volgen. Dankzij de hulp van die ene coach bereiken ze hun doel.’

Het werk van kunstenares Daisy Boman bleek de perfecte ijsbreker. Een openhartig gesprek volgt. Ik leer een man kennen die dertig jaar lang met hart en ziel topsporters heeft gecoacht. Eric Geboers, Luc Van Lierde, Sven Nys, Marc Herremans, Tim Wellens, André Greipel, Thomas De Gendt en nog zovele anderen. Een man die met zijn atleten vijf Europese en tien wereldtitels behaalde in vijf sportdisciplines. Maar ook een man die de andere kant van de coachmedaille durft te belichten en openlijk praat over de onzekerheid, kwetsbaarheid en eenzaamheid die hij als topsportcoach heeft ervaren.

Het anders doen dan alle andere coaches, dat was mijn drijfveer. Ik wilde verder gaan dan het louter sportieve. Mijn atleten beter doen presteren op een wetenschappelijke basis maar ook de mens achter de atleet zien en respecteren.


Hoe alles begon

Paul Van Den Bosch: ‘Als triatleet maakte ik in de jaren 80 voor het eerst kennis met melkzuurtesten en werken met een hartslagmeter. De toen nog nieuwe en vooruitstrevende wetenschappelijke benadering van coaching fascineerde me zo dat ik na mijn triathlonperiode zelf sporters op die basis wilde coachen. Ik kocht een loopband, een rollensysteem voor de fiets, toestellen voor zuurstofopname en melkzuurmetingen en bouwde mijn garage om tot een inspanningslab.

Het anders – en liefst beter- doen dan andere coaches, dat was mijn drijfveer. Ik wilde niet enkel trainingsschema’s aanbieden maar vooral atleten op een wetenschappelijke manier begeleiden. Op basis van zelfstudie ontwikkelde ik mijn eigen softwareprogramma om melkzuurtesten te analyseren.

Ik wilde ook verder gaan dan louter het sportieve. Mijn atleten beter doen presteren, dat was één ding. Maar ik wilde ook de mens achter de atleet zien en respecteren. Een totaalpakket aanbieden. Een omgeving creëren waarin mijn atleten beter konden worden.

Mijn ambitie was groot. Ik had enkel nog een atleet nodig. Of meerdere atleten. Dus sprak ik zelf een jonge atleet aan. Triatleet Kris Mariën hapte toe. Ik kon starten. Alles begon met zijn ‘ja’.’

De indringer

Paul Van Den Bosch: ‘Ik heb tijdens mijn beginjaren als coach moeten knokken. Ik concentreerde me niet enkel op triatleten. Al snel begeleidde ik ook wielrenners en motorcrossers. In de ogen van velen was ik een schoenmaker die niet bij zijn leest bleef. Iemand die zonder kennis van zaken eens zou vertellen hoe het moest. Nieuwe visies lokken vaak tegenkanting uit. Een jonge leeuw voelt bedreigend.

De wetenschappelijke benadering wierp al snel haar vruchten af. Kris Mariën werd meervoudig Belgisch kampioen. Alles kwam in een stroomversnelling. Mijn groepje atleten werd een groep. En ik genoot. Ik deed wat ik leuk vond. En waar ik uiteindelijk ook goed in bleek. Coachen werd mijn ding.’

 

Elk wielrennertje staat symbool voor een wielrenner of triatleet die in de carrière van Paul Van Den Bosch een belangrijke rol speelde. Paul Van Den Bosch voert het peloton aan.


Iedereen coach

Paul Van Den Bosch: ‘We hebben allemaal wel iemand die we beter willen en kunnen maken.
Ook als ouder, leerkracht, collega, manager, ploegmaat of vastgoedexpert. Iedereen is coach, of zou dat moeten zijn.

Een goede coach is niet per se de coach van de winnaar. Wel slaagt hij erin om het beste uit zijn atleet, leerling, werknemer, zoon of dochter te halen. Een goede coach kijkt niet ‘of’ zijn pupil het haalt. Hij zorgt ervoor ‘dat’ hij het haalt. Hij motiveert, prikkelt en stuwt vooruit. Hij geeft als klankbord eerlijke feedback en identificeert zich met zijn atleet. Hij kruipt bijna in zijn huid. Hij voelt zijn verlies aan als zijn eigen verlies. Pas dan zal hij er alles aan doen om verlies om te zetten in een overwinning.

Ook ik surf als coach mee op de emoties van mijn atleten. Nooit surfte ik intenser mee dan met Marc Herremans. Na zijn val leefde ik bijna twee jaar vooral in functie van hem. Als coach moet je mee-leiden én mee-lijden.

Elke atleet vergt een andere aanpak. Ik werk met topatleten die tal van wedstrijden hebben gewonnen. Maar als ze verliezen, weet ik dat ik sommigen beter even met rust laat. Andere atleten vragen dan om contact, of ze bellen me spontaan op na een ontgoocheling. Je biedt als coach een aanpak op maat. Net dat maakt coachen zo tijdrovend en energievretend maar tegelijkertijd ook boeiend.

Wie geeft, krijgt terug. Dat heb ik als coach aan den lijve ondervonden. Ik heb een galerij aan truitjes in mijn fitnessruimte op zolder. Netjes ingekaderd. De bolletjestrui van Thomas De Gendt die hij tijdens de ronde van Spanje won. Een truitje met de woorden ‘Thanks for all’ die André Greipel me ooit gaf. Unieke stukken die me dierbaar zijn.

Maar je krijgt nog zoveel meer. Toen ik enkele jaren geleden op oudejaarsavond samen met mijn vrouw op het punt stond om aan te bellen bij onze gastheer, belde een renner me op. ‘Ik wilde je even een gelukkig nieuwjaar wensen’. Een warm gebaar van diezelfde Greipel.

Mijn atleten leerden me relativeren. En dan heb ik het in het bijzonder over Marc Herremans. Sinds zijn ongeval relativeer ik gemakkelijker kleine en grote problemen. Het is en blijft mijn job om elke atleet beter te maken en daarvoor alles te doen wat in mijn mogelijkheden ligt. Alleen is een nederlaag niet langer het einde van de wereld. Marc leerde me de ernst en het belang van wat ik doe relativeren.’

Een goede coach is niet per se de coach van de winnaar. Wel slaagt hij erin om het beste uit zijn atleet of pupil te halen.


Samen winnen, samen verliezen

‘Voor elke titel of overwinning is er een veelvoud aan wedstrijden waarin de doelstelling niet behaald is. Als coach ben ik 95% van de tijd met verlies bezig.’

Paul Van Den Bosch: ‘Mensen zien enkel de overwinningen die mijn atleten behalen. Maar dat is helaas niet de echte realiteit. Voor elke titel of overwinning is er elk seizoen opnieuw een veelvoud aan wedstrijden waarin de doelstelling niet behaald is. Als coach ben ik 95% van de tijd met verlies bezig.

Als atleten winnen, hebben ze hun coach minder nodig. Je deelt als coach wel mee in de glorie maar daar blijft het bij. Als atleten verliezen, zitten ze met zoveel vragen. Waarom heb ik verloren? Ik dacht dat ik goed was maar dat blijkt niet zo? En wat met de volgende wedstrijd? Dan zijn ze écht kwetsbaar. Pas dan moet je er ook écht als coach zijn.

Kunnen omgaan met verlies, is een absolute vereiste als je iemand op de juiste manier wil coachen. En dat lukt me de ene dag beter dan de andere. Een coach die het verlies van zijn atleet niet als zijn verlies aanvoelt, is geen goede coach.

Ik heb me als coach vaak ook eenzaam gevoeld. Vooral bij verlies sta ik er alleen voor. Mijn atleten kunnen altijd bij me terecht. Dag en nacht. Ik neem altijd de telefoon op. Ik heb in mijn coachbestaan al duizenden keren gevraagd: ‘Hoe is het met je? Hoe is de training verlopen? Hoe voel je je?’ De keren dat iemand dit mij vroeg, kan ik op tien vingers tellen. Zelf heb ik geen coach die altijd voor me klaarstaat. Dat heb ik in al die jaren als een gemis ervaren.

Gelukkig heb ik een vrouw die me steunt in alles wat ik doe. Maar toch. We zaten op een dag samen te ontbijten toen ik haar zei hoe gelukkig ik was met zo’n vrouw naast me. Ze keek me in de ogen en zei: ‘En toch ben ik niet jouw nummer één’. Ik schrok. ‘Ik kom zelfs niet op nummer twee,’ ging ze verder. ‘Op één staan je atleten, op twee je GSM, op drie je computer. En dan kom ik. Als je atleten je opbellen, dan laat je alles onmiddellijk vallen. Waar je ook bent, met wie je ook praat.’

Ik slikte een tweede keer. Ze had gelijk. Coachen doe je niet vanuit een ivoren toren. Coachen is communicatie. En er ten allen tijde zijn voor je atleten.’

Zorg voor jezelf

'Wat kunnen leiders leren van topsporters? Stress en burn out vermijden door de lat op de juiste hoogte te leggen bijvoorbeeld. Dat is bij atleten net zo.'

Paul Van Den Bosch: ‘Je waarde als coach wordt bepaald door de prestaties van je atleet. Zo is het. Zo zal het altijd zijn. Je wordt als coach maar groot in de slipstream van je atleten. Je kan de beste coach van de wereld zijn, maar als je atleten niet het talent hebben om te presteren, sta je nergens.

Ook ik sta als coach in de schaduw van mijn atleten. Maar dankzij deze schaduw heb ik ook veel kansen gekregen. In de faculteit Bewegingswetenschappen van de KULeuven (het vroegere Sportkot) hing in grote letters: ‘De trainer maakt de atleet maakt de trainer’. Een uitspraak van de legendarische atletiektrainer Mon Van den Eynde. De trainer brengt de atleet iets bij. Maar ook de atleet brengt zijn trainer iets bij. Mijn atleten duwden andere deuren voor me open.

Zo vroeg Bob Verbeeck, CEO van het sportmarketingbedrijf Golazo, me in 2009 om een inspanningslab op te richten. Drie maanden later stond Energy Lab op poten. Professioneel, verantwoord en individueel trainingsadvies aanbieden en zo veel mogelijk mensen in beweging krijgen, dat is de missie van Golazo en Energy Lab. Let’s move!

Ook bij Energy Lab coachen we mensen op een wetenschappelijke manier. Het gaat niet alleen om topsporters. We stimuleren heel wat mensen naar een gezondere levensstijl, met focus op meer bewegen, een gezonde voeding en een goed slaappatroon. Vandaag rollen we in heel wat bedrijven well being-programma’s uit op maat. Iedereen kan bij Energy Lab terecht. Het aandeel topsporters is slechts 1 procent.

Ik geef ondertussen ook heel wat presentaties in het bedrijfsleven. Mijn ervaring en vaardigheden als coach deel ik graag met mensen uit de zakenwereld. Wat kunnen bedrijfsleiders leren van topsporters? Stress en de kansen op burn out verminderen door de lat op de juiste hoogte te leggen bijvoorbeeld. Dat is bij atleten net zo. Als je te hoog mikt, ga je steeds weer ontgoocheld naar huis. Als je in het bedrijfsleven resultaten moet halen die echt niet realistisch zijn, dan ga je gefrustreerd naar huis. Uitdaging mag en moet. Maar het moet haalbaar blijven. Ik merk dat mijn tastbare voorbeelden uit de sport de ogen van bedrijfsleiders vaak openen. Ik ben ervan overtuigd dat sportief denkende leidinggevenden bedrijven beter doen presteren.

Vanuit mijn ervaring als coach schrijf ik ook boeken. ‘Egopreneur,’ mijn laatste boek, ligt nu net in de winkel. Iedereen zou een ondernemer van zichzelf moeten zijn, en zo beter zorg dragen voor zichzelf, dat is de boodschap.

Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze geen tijd hebben om te sporten of te bewegen. Te veel werk, te druk met de kinderen. Het klassieke verhaal. We hebben allemaal wel een reden om onvoldoende of niet voor onszelf te zorgen. We nemen de verantwoordelijkheid voor iedereen rondom ons, maar zelf blijven we in de kou staan.

Ik leg vanuit mijn visie uit waarom bewegen zo belangrijk is. Het boek biedt geen opsomming van trainingsschema’s. De boodschap is eenvoudiger: Steel momenten waarop je kan bewegen. Zet je auto niet vlak bij de plaats van afspraak maar driehonderd meter verder. Te vroeg op een afspraak? Blijf niet wachten in de auto maar maak nog een korte wandeling. Hou het simpel. Maar beweeg!

Mensen nemen zelden de tijd om afstand van zichzelf te nemen en hun eigen situatie te overzien. Een beroep doen om iemand die de situatie analyseert, inschat wat er fout kan lopen en een oplossing aanreikt, kan licht in de duisternis brengen. Precies dat is het belang van een goede coach.’

Zet eerst zelf een zuurstofmasker op en pas dan bij je kinderen.’ Het blijft de raad die we telkens weer horen voordat het vliegtuig opstijgt. In ons dagelijks leven doen we het net andersom. We zetten iedereen een masker op. Behalve bij onszelf.

 

Paul Van Den Bosch in het kort

  • Master in Lichamelijke opvoeding en Bewegingswetenschappen (KULeuven)
  • 30 jaar topsportcoach
  • Behaalde met zijn atleten vijf Europese titels en tien wereldtitels in vijf verschillende sportdisciplines
  • Oprichter Energy Lab
  • Is ook actief als business coach en geeft workshops in het bedrijfsleven
  • Auteur van onder andere ‘Act like a coach’, ‘Coach voor het leven’, Iedereen coach’ en ‘Egopreneur’

 

 

Dit werk staat symbool voor waar ik dag in dag uit mee bezig ben. Van een groep strugglende mensen onderaan tot één iemand die met de hulp van een coach de top bereikt.

Auteur

Barbara Claeys

maandag 30 september 2019