test

Financieel onafhankelijk zijn én blijven

“Waar gaat u van leven als u alles weggeschonken hebt?” Laurence De Leersnyder, verantwoordelijke beleggingen, legt meteen de klemtoon waar hij hoort.

“Doorheen uw professionele leven bouwt u vermogen op voor later. Het doel: financieel onafhankelijk zijn. Dat vermogen moet vervolgens nog 30 jaar meegaan. De uitdaging is dan ook financieel onafhankelijk blijven tot het einde. Hoe doet u dat? Er zijn immers geen beroepsinkomsten meer.

Om zeker te weten dat u toekomt, is een doordachte strategie nodig. Voor het geld dat u zelf niét nodig hebt, is schenken altijd nog een mogelijkheid. Voor zowel successie als financiële onafhankelijkheid geldt: u regelt het niet van vandaag op morgen.

Laurence De Leersnyder nuanceert: “Successieplanning, gaat over meer dan schenken alleen, maar het gebeurt dat cliënten vertellen dat ze alles aan de kinderen willen geven. Dan zeggen we: ‘wacht even, blijft er wel genoeg over voor jullie?’. Een onnodig zware erfbelasting vermijden is één
ding, maar een comfortabel leven na uw professionele loopbaan is zeker zo belangrijk.”

‘Nu al stoppen met werken?’

Misschien denkt u: mijn pensioen is nog ver weg. Toch is het nuttig om nu al na te denken over later, ook al voelt u zich nog jong. Een langetermijnstrategie bedenkt u best niet op uw laatste werkdag. Neem de tijd om een goed plan te ontwikkelen en uit te voeren.”

“Bekijk financiële onafhankelijkheid eerder als het moment waarop u niet meer móet werken, maar mág werken”, zegt Laurence. “Door tijdig de juiste financiële keuzes maken, verzekert u zich van financiële vrijheid in elke fase van uw leven.”

 

De eerste vraag is: wat hebt u nu en wat zijn uw plannen voor later?

 

Alles op een spaarrekening zetten, is niet verstandig. Dan smelt uw kapitaal zienderogen weg door inflatie en lage rente. Om uw financiële onafhankelijkheid te behouden hebt u dus iets anders nodig, namelijk een doordachte beleggingsstrategie. Dit is de zogenaamde renteniersstrategie.

“De eerste vraag is: wat hebt u nu en wat zijn uw plannen voor later? Dat is de basis voor elke renteniersstrategie”, vertelt Laurence. “Elk vermogen is anders opgebouwd. Ook zonder beroepsinkomsten kunnen er immers nog huuropbrengsten zijn of dividenduitkeringen. Sommige cliënten investeerden in kunst. Jaarlijks verkopen ze enkele werken en leven van de inkomsten. Ook dat maakt deel uit van de strategie.”

Wat is de eerste stap?

“Het begint vaak met een reality-check. Cliënten onderschatten de kost van het leven na hun actieve loopbaan. Al die vrije tijd moet gevuld worden en dat is zelden gratis. Uitstapjes met de kleinkinderen, een nieuwe sport of hobby: er is plots allemaal tijd voor. En vergeet niet dat de kosten die vroeger door de vennootschap gedragen werden nu netto van de eigen rekening gaan. Een gezellige lunch, de gsm-rekening of eigen wagen: het zijn bedragen die flink doortellen. Uw leven zal anders zijn en daar houden we rekening mee bij het bepalen van de strategie.”

“Als de aanpak vastligt, kan u de financiële zorgen loslaten. U mag gerust zijn: het bedrag dat u nodig hebt, zal beschikbaar zijn. Dat is niet zo wanneer u in een individueel product belegt. Dan hebt u geen enkele zekerheid.”


Wanneer begin ik aan mijn renteniersplan?

“5 tot 10 jaar voor u effectief wil leven van uw vermogen. De precieze timing hangt af van de manier waarop het vermogen is opgebouwd. Door voldoende tijd te nemen, hebt u de ruimte om uw vermogen op de best mogelijke manier te organiseren. Iets verkopen of herbeleggen doet u liefst op een voordelig moment en niet omdat u het geld nodig hebt.”

5 vuistregels voor uw renteniersstrategie

1. Bepaal concreet wat u later nodig hebt

2. Becijfer hoe u deze doelen zal realiseren

3. Begin de voorbereiding 5 à 10 jaar voor het einde van uw loopbaan 

4. Gebruik geen dynamische beleggingen voor maandelijkse geldopnames

5. Kies voor strategie. Dat biedt gemoedsrust. Het geld zal er zijn wanneer u het nodig hebt.
Weet u hoelang u zal toekomen?

 

 

Rentenieren in vier delen

“Voor iemand die vooral roerende goederen bezit, hebben we een strategie in vier stappen. Deze
aanpak is succesvol gebleken voor cliënten die, in overleg met hun account manager, precies becijferd hebben welk kapitaal ze nodig zullen hebben. Dit bedrag delen we op in vier delen: geld voor noodgevallen, geld voor nu, geld voor later en geld voor de volgende generatie.”

 

1. Voorzie een buffer
Onvoorziene uitgaven zullen er altijd zijn. Met middelen die snel beschikbaar zijn, vangt u die uitgaven probleemloos op. 

Ons advies: zet een bedrag tussen 50.000 euro en 150.000 euro op een depositorekening.

2. Ga kapitaalvast voor de eerste 10-15 jaar

Dit is uw eerste rentenierskapitaal. Het is roerend vermogen waaruit u maandelijks geld zal opnemen. De regel is: gebruik nooit middelen uit volatiele beleggingen voor dagelijkse uitgaven.

Ons advies: beleg een bedrag gelijk aan 150x uw 
maandelijkse uitgaven in kapitaalvaste producten. Een combinatie van termijnrekeningen en een tak 21-verzekering biedt een risicoloos fundament dat toch het verlies door inflatie compenseert.

3. Kies rendement voor de volgende 10-15 jaar

Dit is uw tweede rentenierskapitaal. Het zijn de middelen die u niet meteen nodig hebt en daardoor meer dynamisch kan beleggen. Dit deel van uw vermogen groeit, terwijl u het eerste rentenierskapitaal opgebruikt. Let wel, begin tijdig met de systematisch afbouw naar kapitaalvaste beleggingen om opnieuw een gebruiksklaar vermogen te hebben wanneer het eerste rentenierskapitaal is opgebruikt.

Ons advies: beleg hiervoor een bedrag gelijk aan 150x uw maandelijkse uitgaven. Hiervoor hebt u, afhankelijk van uw zin voor risico, twee opties:

a. U kiest voor het vermogensbeheer van Delen Private Bank. Het voordeel: historisch gezien biedt deze manier van beleggen het hoogste rendement. Hou er rekening mee dat ook het risico hoger is.

b. U bouwt extra bescherming in door te kiezen voor een combinatie van een tak 21-verzekering en een beleggingsfonds met o.a. aandelen. Het voordeel: de afbouw van dynamische naar kapitaalvaste beleggingen gebeurt automatisch. Het risico is beperkter, maar ook het rendement is lager.


4. Kijk naar de volgende generatie voor het vrij beschikbaar kapitaal

Als u de optelsom maakt van de vorige drie punten dan zal u mogelijk merken dat u meer hebt opgebouwd dan wat u later nodig zal hebben. Dit is uw vrij beschikbaar kapitaal.

Ons advies: dit bedrag kan u beleggen, maar biedt ook de mogelijkheid om uw kinderen via schenking nu al een duwtje in de rug te geven én eventueel een onnodig hoge erfbelasting naar een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

 

Bepaal nu al uw renteniersstrategie voor later.

Wilt u het binnen 5 à 10 jaar rustiger aan doen dan is dit het juiste moment om uw rentenierskapitaal voor te bereiden.

Neem contact op met uw account manager voor advies bij het maken van de juiste financiële keuzes.

Auteur

Veerle Beyen

communicatie en marketing specialist

dinsdag 2 oktober 2018