test

Aan de start van een samenwerking.

Goed begonnen, is half gewonnen. Twee tandartsen staan op het punt de deuren van hun gezamenlijke praktijk open te gooien.

Kathleen Vanspauwen (48) en Brent Raemaekers (26) hebben net een associatie opgericht. “Ondanks het leeftijdsverschil delen we dezelfde visie, dat was het vertrekpunt.” Eerste vraag: hoe hebben jullie elkaar gevonden?

“We werken vandaag in dezelfde praktijk”, begint Kathleen. We huren elk een kabinet in de privépraktijk van een groep kaakchirurgen. Voor ik hier begon, heb ik 20 jaar een duo-praktijk gehad met mijn toenmalige echtgenoot.” En voor Brent: “Dit is mijn eerste werkplek. Ik deed hier stage. Toen mijn stagementor met pensioen ging, kon ik zijn stoel overnemen.”

Het leeftijdsverschil lijkt groot. “Anderen wijzen ons daarop, maar zelf hebben we er nooit bij stilgestaan”, zegt Kathleen. “We komen goed overeen en hebben dezelfde professionele kijk. Zo is de bal aan het rollen gegaan.” Met vertrouwen kijken ze de toekomst van hun samenwerking tegemoet of zoals Brent verwoordt: “De lening voor het nieuwe pand loopt 20 jaar. Dat is nog lang, hè. Daarna zien we wel. Het is ook niet zo dat Kathleen vastgeroest is en ik niet weet wat ik wil. Totaal niet.”

Eigen aanpak: patiënt centraal

Waarom zou je een nieuwe associatie oprichten als je al in een groepspraktijk werkt? Daar zijn verschillende redenen voor legt Kathleen Vanspauwen uit: “Het beleid van de praktijk waar we nu werken strookt niet helemaal met onze visie. Ook zitten we hier een beetje verborgen. We zijn moeilijk vindbaar. Het is nu eenmaal niet onze eigen praktijk.”

Tandarts Raemaekers treedt haar bij: “Ik wil mijn eigen voltijdse praktijk uitbouwen en dat kan hier niet. Niet alleen praktisch is een eigen praktijk interessanter. Het is nu soms verwarrend voor patiënten.”

De tandartsen willen niet alleen een transparante structuur voor hun patiënten. “Voor zowel Brent als mezelf staat de relatie met de patiënt centraal, die relatie met de patiënten willen we verder uitbouwen en we zijn ervan overtuigd dat we dat beter kunnen in onze eigen praktijk. Het nieuwe pand hebben we gekocht. Omdat we de kosten kunnen delen, rendeert die investering ook sneller.”

 

 

Mensen moeten zich op hun gemak voelen.

Gedeelde visie, gedeelde praktijk

“De tendens vandaag is om grote groepspraktijken te starten met zoveel mogelijk partners. Investeringsgroepen kopen systematisch praktijken op”, zo licht Kathleen Vanspauwen toe. “Tandartsen werken in een soort dienstverband en hebben geen eigen patiënten. De band met de patiënt verdwijnt en dat is net wat wij belangrijk vinden. Een gesprekje vooraf, een fait-divers… Mensen moeten zich op hun gemak voelen. Bovendien maakt een goed contact met de patiënt voor ons het werk ook aangenamer.”

Raemaekers: “We hebben allebei het aanbod gekregen om in zo’n grote praktijk aan de slag te gaan, maar wij zien het kleinschaliger. In die grote praktijken ligt het verloop ook hoger. Jonge tandartsen blijven twee, drie jaar en gaan op zoek naar iets anders. De betrokkenheid is lager en dat vind ik jammer voor de patiënten.”

Twee weten meer dan één

Kleinschalig is goed, maar een solo-praktijk lijkt ze ook maar niets. Raemaekers: “Ik zou nooit helemaal alleen willen werken. ’s Middags een babbeltje slaan met een collega is toch gewoon fijn. En ook, er is continuïteit. Mijn patiënten kunnen bij Kathleen terecht en omgekeerd.”

“Ook een voordeel van samenwerken: je leert elke dag. Je kan nooit alles zelf weten”, zegt Brent. “Op dat vlak vullen we elkaar goed aan”, aldus Kathleen. “Brent kent alles van nieuwe technieken en materialen, en ik voeg meer dan 20 jaar ervaring toe aan de mix.”

Raemaekers: “Let op, je moet openstaan voor nieuwe invloeden. Ik heb stage gedaan in een praktijk met zestigers. Die waren rotsvast overtuigd dat hun methodes de enige juiste waren. Niet dat ze fout waren, maar het kan ook anders.”

Brent kent alles van nieuwe technieken. Ik voeg ervaring toe aan de mix.

Vanspauwen: “Door samen te werken, blijf je kritisch. We kennen elkaar goed genoeg, om rechtuit te zeggen wat goed is en wat beter kan. Twee weten altijd meer dan één.”

Van planning naar praktijk

Het mag al eens meezitten. “Per toeval vonden we heel snel een pand. Toen kwam alles in een stroomversnelling. Het voordeel was dat we al minstens zes maanden ideeën aan het uitwisselen waren. We wisten heel goed wat we wilden. Brent heeft zich vervolgens verdiept in het administratieve aspect van de associatie. Ik denk dat we allebei verrast waren door wat daar allemaal bij komt kijken. Mijn initiële idee was: we vinden een pand, gaan een lening aan en delen de kosten. De realiteit is toch net iets ingewikkelder.”

Onze instelling was: we weten er niets van, dus vertel maar.

Dat beaamt Brent: “We hebben ons goed laten begeleiden. Onze instelling was: we weten er niets van, dus vertel maar. Mijn boekhoudkantoor heeft me geholpen en via via kon ik overeenkomsten van bestaande associaties inkijken. Die waren een grote hulp. Door de aanpak van anderen te zien, begin je zelf na te denken over wat je belangrijk vindt. Een advocaat die Kathleen kent, heeft ons nadien geholpen met het uittekenen van de meest heldere vennootschapsstructuur. In ons geval betekent dit dat de praktijk en het pand in een aparte vennootschap zitten.”

“Wat er in onze associatie-overeenkomst staat? Die is heel uitgebreid. Afspraken over verloning, wat als de samenwerking zou stoppen, wat doen we als iemand ziek wordt, in welke vennootschap zit de inboedel, maar ook heel praktische zaken als een vakantieregeling en het inplannen van een maandelijks overlegmoment.”

We willen helderheid, zowel over de vennootschap als over de samenwerking.

Vanspauwen: “We willen helderheid, zowel over de vennootschap als over de samenwerking. Dat is gelukt met de hulp van verschillende experts. Onze associatie is juridisch waterdicht. Dat gaat verder dan we initieel gedacht hadden, maar geeft een gerust gevoel.”

En nu?

“Nu moet de interieurarchitect in actie schieten”, zeggen ze in koor. “Op papier is alles in orde, maar er staat nog niets”, legt Brent uit. “Hij gaat een kwaaie mail sturen”, grinnikt Kathleen. “Wacht maar tot Kathleen begint te bellen, dán moeten ze schrik krijgen”, lacht Brent.

woensdag 2 mei 2018